Overslaan en naar de inhoud gaan
Logo Staat van Utrecht; naar homepagina van Staat van Utrecht

Upper menu

  • Zoeken
  • Default
  • Hoog contrast
Hoofdnavigatie
  • Home
  • Thema's
  • Databank
  • Specials
  • Brede Welvaart
  • Over Staat van Utrecht
  • Zoeken
  • Default
  • Hoog contrast

Kruimelpad

  1. Home
  2. Thema's
  3. Wonen
  4. Woningbehoefte

Woningbehoefte

Bijna een derde van Utrechtse thuiswonende jongeren kan geen woning vinden 

Het aantal mensen dat graag wil verhuizen maar daar niet in slaagt, is de afgelopen jaren verder toegenomen. Niet alleen in de Randstad, maar ook daarbuiten hebben mensen moeite om een geschikte woning te vinden. Dit blijkt uit cijfers van het CBS op basis van de WoON-enquête 2024. De vorige WoON- enquête komt uit 2021.  

In het WoON-onderzoek werd in 2024 aan ruim 40 duizend mensen gevraagd of zij binnen twee jaar wilden verhuizen. Vooral de groep die aangeeft te willen verhuizen maar geen geschikte woning kan vinden, is sterk gegroeid. 10% van alle volwassen gaf in 2024 aan te willen verhuizen, maar geen passende woning te kunnen vinden. In 2021 was dit 6%. Het gaat om bijna 900.000 mensen in 2021, in 2024 is dat aantal opgelopen tot bijna 1,4 miljoen. Daarmee zet de groei van deze groep door, een ontwikkeling die al sinds 2012 zichtbaar is.  

Thuiswonende jongeren kunnen het vaakst geen woning vinden. In 2024 geeft 26% van de thuiswonende jongeren aan te willen verhuizen, maar niets te kunnen vinden. Dit aandeel is de afgelopen jaren sterk gestegen. In 2021 was het 13%. Voor meerdere type huishoudens is het moeilijker geworden om een nieuwe woning te vinden. Ook voor alleenwonende mensen jonger dan 40 jaar (14%) en alleenstaande ouders (13%) is het naar verhouding lastig. Mensen met een huurwoning hebben in het algemeen een sterkere verhuiswens dan mensen met een koopwoning. Ook geven huurders vaker aan te willen verhuizen, maar niets te kunnen vinden. Dit geldt bijvoorbeeld voor 17% van de alleenstaande ouders met een huurwoning, tegenover 6% van de alleenstaande ouders met een koopwoning. 

Thuiswonende jongeren hebben in sommige provincies meer moeite met het vinden van een woning dan in andere provincies. In 2021 speelde dit probleem nog vooral in de Randstad, met name in Noord-Holland en Utrecht. Sindsdien is het ook buiten de Randstad moeilijker geworden. Zo gaf in Drenthe in 2024 24 procent van de thuiswonende jongeren aan uit huis te willen maar geen woning te kunnen vinden, in 2021 was dit nog 6%. In de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland is het voor jongeren nog altijd het moeilijkst om een woning te vinden. In de provincie Utrecht geeft 30,7% van de thuiswonende jongeren aan uit huis te willen, maar geen woning te kunnen vinden. In Noord-Holland is dit 31,3% en in Flevoland 31,6%. In Zeeland ondervonden thuiswonende jongeren met 12% de minste problemen. 

Geplaatst: juli 2025

Jongvolwassenen wonen vaker bij hun ouders dan twintig jaar geleden 

Het Woononderzoek Nederland (WoON) geeft inzicht in de samenstelling van huishoudens, de huisvestingssituatie, de woonwensen, de woonlasten en het verhuisgedrag. Uit het WoON 2021 blijkt dat in de periode 2012 – 2021 steeds meer jongeren (nog) bij hun ouders wonen. Jongvolwassenen wonen, ten opzichte van overige volwassenen, minder vaak in een koopwoning of corporatiewoning en vaker in een woning van een particuliere verhuurder. Het aandeel jongeren dat een woning huurt van een private verhuurder is in deze periode ook gestegen. Uit het onderzoek komt daarnaast naar voren dat jongeren vaker dan in eerdere jaren aangaven wel te willen verhuizen, maar geen passende woning kunnen vinden. Dit gold voornamelijk voor jongeren met een woning in de particuliere huursector. Wellicht dat dit samenhangt met de stijging van de woonlasten in de private huursector tussen 2012 en 2021.  

In 2023 heeft het CBS een artikel gepubliceerd dat verder ingaat op het thuiswonen van jongeren. In dat jaar telt Nederland ruim 1,6 miljoen jongvolwassenen van 18 tot 25 jaar. Ook in dit onderzoek wordt de groei benoemd van het aantal jongvolwassenen dat bij hun ouders woont. In 2023 woonde 46 procent thuis, twintig jaar eerder in 2003 was dit 40 procent. Vooral onder jonge twintigers (21- tot 24-jarigen) was het percentage thuiswonenden groter dan twintig jaar geleden. In 2003 woonde bijna 50 procent van deze groep bij de ouder(s) thuis, in 2023 was dat bijna 58 procent. Onder 18- tot 21-jarigen nam het percentage thuiswonenden vooral na 2015 snel toe. Dit kunnen we verklaren door de invoering van het leenstelsel.  

Jongvolwassen mannen wonen vaker langer bij hun ouders dan jongvolwassen vrouwen. Door de jaren heen is het verschil wel kleiner geworden. Tussen 2003 en 2023 steeg het percentage thuiswonende jongvolwassen mannen van ruim 47 procent naar ruim 51 procent, dat van vrouwen nam in dezelfde periode toe van ruim 31 naar ruim 40 procent.  

Van de 20- tot 25-jarigen woonde in 2023 in totaal ruim 57 procent nog thuis, onder 25- tot 30-jarigen was dat bijna 20 procent. 20- tot 25-jarigen in studentensteden wonen naar verhouding het minst vaak thuis. Binnen de provincie Utrecht wonen 20- tot 25-jarigen het vaakst nog thuis in de gemeente Eemnes (90,5%) en het minst vaak in Utrecht (25,8%). In Utrecht wonen veel jongeren in deze leeftijdsgroep die voor studie of werk verhuisd zijn en op kamers of zelfstandig wonen. De gemeenten waar naar verhouding veel oudere twintigers thuis wonen (25- tot 30-jarigen), zijn vooral te vinden in het oosten van het land, en in Noord-Holland. In Bloemendaal, Dinkelland en Rozendaal is het percentage thuiswonende 25- tot 30-jarigen het grootst. Binnen de provincie Utrecht wonen 25- tot 30-jarigen het vaakst nog thuis in Eemnes (39,6%), de Ronde Venen (35,6%) en IJsselstein (31,8%). Dit percentage is ook voor oudere twintigers het laagst in Utrecht (7,5%).  

Bron: Woonsituatie en woonbeleving van jongeren, 2012-2021 | CBS 

Zelfstandig en zorggerelateerd wonen ouderen

De woonsituatie van ouderen brengt, anders dan die voor volwassenen in het algemeen, een aantal extra vraagstukken met zich mee. Een van de belangrijkste vragen is: hoelang kan een oudere nog zelfstandig geacht worden te wonen als er serieuze zorgbehoeften spelen? Tot wanneer is de woning van een oudere geschikt om te bewonen (gelet op veiligheidsaspecten en toegankelijkheid) en tot wanneer is het zelfstandig wonen van de oudere nog wenselijk gezien diens zorgbehoeften? Wonen gaat dus én over ‘stenen’ én over ‘veiligheid en zorg’.

Het overheidsbeleid is de afgelopen decennia sterk gericht op het zo lang mogelijk zelfstandig laten wonen van ouderen. Vooralsnog wordt dit beleid ook de komende decennia voorgestaan. Het aandeel ouderen dat in een instelling woont, is in de afgelopen twintig jaar sterk teruggelopen. In 2021 woont 95% van de 70-plussers in Nederland zelfstandig, en 5% in een instelling. Utrechtse gemeenten waar dit aandeel hoger ligt zijn Zeist (9%), Baarn (8%) en Utrechtse Heuvelrug (7%). Gemeenten waar dit aandeel lager ligt zijn Eemnes en Renswoude (1%) en Montfoort, Nieuwegein, Lopik en De Ronde Venen (2%).

Lang niet alle huidige woningen van senioren zijn geschikt voor bewoning als de (lichamelijke) conditie achteruit gaat. In het geval verhuizen (nog) geen wens of optie is wordt gekeken naar de noodzaak om bijvoorbeeld drempels te verwijderen, deuren te verbreden of een traplift aan te brengen. IVVU/Sinfore (2022) heeft onderzocht in welke mate woningen in de provincie Utrecht geschikt zijn voor ouderen (75+) in 2040, er van uitgaande dat bewoners in de tussentijd niet verhuizen of overlijden. Er wordt daarbij een driedeling gehanteerd: (a) geschikte of aanpasbare woning nabij voorzieningen (b) geschikte of aanpasbare woning niet nabij voorzieningen en (c) ongeschikte woningen. Uit het onderzoek blijkt dat in 2020 16% van de 75+huishoudens in een woning woont die ongeschikt is voor de bewoning door ouderen en ook niet aangepast kan worden. In 2040 komt dit cijfer uit op 12%.

Behoefte van ouderen om in vertrouwde omgeving te blijven wonen

Het CBS laat zien dat onder de 55-plussers in heel Nederland met name flats, appartementen en tussenwoningen populair zijn. Tien procent van deze groep woont naar eigen zeggen in een seniorenwoning. Een derde van de 55-plussers – en bijna een kwart van de 75-plussers – vindt de eigen woning op dit moment niet of minder geschikt bij gezondheids- of ouderdomsklachten. De woning aanpassen heeft voor de meesten de voorkeur boven verhuizen. Van alle 55-plussers zegt 56 procent niet te willen verhuizen, tenzij het niet anders kan. De aanstaande vergrijzing brengt volgens deskundigen de vraag met zich mee of er ook specifiek woningen voor ouderen gebouwd moeten worden. Vanuit het idee dat een doorstroming van ouderen zal leiden tot een versneld aanbod van eengezinswoningen in de stadsregio. Tegelijkertijd is echter ook duidelijk dat ouderen nauwelijks willen verhuizen. Het Planbureau voor de Leefomgeving stelt dat als er voor ouderen gebouwd gaat worden, dit het beste in bestaande buurten kan gebeuren, gezien de gehechtheid van ouderen aan hun buurt. Nieuwbouw voor ouderen betekent volgens het kenniscentrum dus niet alleen maatwerk in kwantiteit en kwaliteit, maar ook in locatie. Echter, juist vanwege de geringe verhuismobiliteit van ouderen bestaat vooral een grote aanpassingsopgave: het geschikt maken van de huidige woningen voor oudere bewoners die mogelijk te maken krijgen met allerlei fysieke beperkingen. Daarnaast zal rekening gehouden moeten worden met een hernieuwde behoefte aan winkels en andere voorzieningen in de directe omgeving.

Bron: CBS (2020); 55-plussers over hun (toekomstige) woning, PBL (2017); De grijze groeikern

Woonbehoeften van 55+’ers

Als het gaat om de woonbehoefte van 55+’ers denkt een ruime meerderheid dat hun woning op dit moment geschikt is om in te blijven wonen bij gezondheids- of ouderdomsklachten. Mocht deze woning niet geschikt zijn, dan zeggen ze vaker de voorkeur te geven aan het aanpassen van de woning dan aan verhuizen, waarbij de traplift de meest overwogen aanpassing is. Echter, het grootste deel van de 55+’ers (bijna 40%) weet nog niet wat ze zouden doen in die situatie. Een prettige eigen woning, gevolgd door een prettige woonbuurt zijn de meest genoemde redenen voor 55-plussers om niet te willen verhuizen.

Wat de woonsituatie van 75+’ers betreft: 92% woonde in 2018 nog zelfstandig in heel Nederland. In de gemeente Zeist wonen relatief veel inwoners op dat moment niet meer zelfstandig (87%). Dat kan gerelateerd zijn aan de aanwezigheid van een relatief grote hoeveelheid woonvoorzieningen voor ouderen in de gemeente. In de gemeente Eemnes wonen (zo goed als) alle 75’+ers nog zelfstandig (100%).

Bron: 55-plussers liefst zo lang mogelijk in eigen woning (cbs.nl), CBS

*  Auteurs merken op dat de cijfers per gemeente niet gezien moeten worden als de opgave die de gemeenten voor zich moeten oplossen. De dynamiek in de regio overstijgt volgens hen gemeentegrenzen en het is mogelijk dat juist op plekken waar op basis van demografische gegevens de groei aan de lage kant is, de urgentie om te bouwen juist groot is om te voldoen aan de kwalitatieve vraag. Deze opgave is volgens opstellers van het rapport niet op te maken uit de hier gepresenteerde cijfers.

Bron: Primos, Site Urban Development (2018)

Meer woningen voor eenpersoonshuishoudens nodig in toekomst

In de afgelopen decennia is de diversiteit aan huishoudensvormen toegenomen waardoor ook andere woningtypen nodig zijn dan we vroeger gewend waren. Voor de toekomst wordt een groei van het aandeel eenpersoonshuishoudens voorzien. Kijken we naar de woningtypen in de woningvoorraad dan zien we al een kleine verschuiving. In 2014 bedroeg het aandeel eengezinswoningen in de provincie  63,7% en het aandeel meergezinswoningen 36,3% van de totale woningvoorraad. In 2020 gaat het om 63,1% eengezinswoningen en 36,9% meergezinswoningen. Uitgesplitst naar de afzonderlijke gemeenten, zien we dat Utrecht het kleinst aandeel eengezinswoningen heeft (43,4%). In Eemnes (89,4%), Renswoude (86,9%) en Lopik (86,1%) is deze het hoogst.

Bron: CBS

Databank

In de databank vindt u onder andere de indicatoren:

•    Gem. wachttijd huurwoning
•    Gem. zoektijd huurwoning

Meer weten?

https://monitorwonen.provincie-utrecht.nl

Provincie Utrecht. 2018. Actieagenda woningmarkt 2018-2021

Wonen
Submenu Thema's
  • Wonen en duurzaamheid
  • Woondichtheid en woningvoorraad
  • Woningbehoefte
  • Woontevredenheid en leefbaarheid
  • Koop- en huurwoningmarkt

Volg ons op