Redzaamheid en zorg
Orgaandonatie in de provincie Utrecht
In 2020 werd de nieuwe donorwet ingevoerd. Voor het Donorregister moest tot 2020 expliciet een keuze worden gemaakt over donatie van organen en weefsels na overlijden. Degenen die geen keuze maakten, stonden niet geregistreerd in het Donorregister. In de donorwet van 1 juli 2020 is geregeld dat alle inwoners van Nederland van 18 jaar of ouder, wanneer zij zelf geen keuze vastleggen, in het Donorregister worden opgenomen met de registratie ‘geen bezwaar tegen orgaandonatie’. Zij worden sinds deze wetswijziging als potentiële orgaandonor gezien.
In 2020 hadden 6,9 miljoen mensen van 18 jaar of ouder hun keuze bekendgemaakt in het Donorregister (49% van de bevolking van 18 jaar of ouder). Op 1 januari 2025 waren dit er 10,6 miljoen (72% van de bevolking van 18 jaar of ouder). Hiervan gaven 4,8 miljoen mensen toestemming voor orgaandonatie, 1 miljoen meer dan in 2020. 4,3 miljoen mensen gaven geen toestemming voor orgaandonatie, 2 miljoen meer dan in 2020. Daarnaast is er groep die aangeeft dat iemand anders beslist (1,5 miljoen in 2025). Dit is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2020. Op 1 januari 2025 stonden 8,1 miljoen volwassenen geregistreerd als donor. Dat zijn er bijna 30 duizend meer dan een jaar eerder. Een groot aandeel volwassenen heeft geen keuze doorgegeven aan het Donorregister, en staat daardoor automatisch als donor ingeschreven. Van de jongeren tot 25 jaar heeft 41% geen keuze gemaakt. Ze staan hiermee het vaakst geregistreerd als ‘geen bezwaar tegen orgaandonatie’ in het Donorregister.
Volwassenen met herkomst buiten Nederland gaven in 2024 bijna twee keer zo vaak aan geen donor te willen zijn als volwassenen met Nederlandse herkomst. 34% van de volwassenen met een Nederlandse herkomst, die een eigen keuze hebben ingevuld in het Donorregister, gaf geen toestemming voor orgaandonatie. Onder volwassen met een herkomst buiten Nederland was dit 64%, hiervan geven volwassenen met een Marokkaanse of Turkse herkomst het vaakst geen toestemming voor orgaandonatie (96 en 89 procent). Dit kan mogelijk leiden tot een tekort aan geschikte donoren voor deze groep. De kans dat een orgaan niet wordt afgestoten door het lichaam is het grootst wanneer dit orgaan afkomstig is van iemand met dezelfde herkomst.
Daarnaast hebben mannen bijna anderhalf keer zo vaak als vrouwen geen keuze doorgegeven. Mensen met basisonderwijs of vmbo als hoogste opleiding maken anderhalf keer vaker geen keuze dan mensen met een hbo- of wo-diploma. Als zij wel kiezen, dan is dat bijna twee keer vaker voor ‘geen toestemming’.
De toestemming voor orgaandonatie verschilt per gemeente. In 2025 staan inwoners van de gemeente Groningen (68%) het vaakst geregistreerd als donor. Gevolgd door de gemeente Rozendaal (67%). Binnen de provincie Utrecht geven inwoners uit de gemeente Utrecht (63,7%) en de gemeente Bunnik (62,2%) het vaakst toestemming voor orgaandonatie. Inwoners van Woudenberg staan met 52% het minst vaak geregistreerd als donor, gevolgd door inwoners van Vijfheerenlanden (53%).
Geplaatst: december 2025
Meer dan 92.000 Wmo-maatwerkvoorzieningen verstrekt in provincie Utrecht in 2024
De wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is erop gericht dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en mee kunnen doen in de samenleving. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet (geheel) zelfredzaam zijn. Iedere gemeente organiseert de toegang tot deze ondersteuning op haar eigen manier.
De voorlopige cijfers van 2024 laten zien dat er in de provincie Utrecht meer dan 92.000 lopende, gestarte en beëindigde maatwerkvoorzieningen zijn vanuit de Wmo. Dit is iets minder dan het totaal in 2023. Een maatwerkvoorziening is een op de aanvrager afgestemde dienst of product. Het gaat hier dus niet om meer dan 92.000 cliënten. Deze kunnen namelijk zorg uit meerdere categorieën ontvangen. Bij 60% van alle maatwerkvoorzieningen gaat het om hulpmiddelen en diensten, zoals woon- en vervoersdiensten, bijvoorbeeld de Regiotaxi of de levering van hulpmiddelen. In 25% gaat het om hulp bij het huishouden. 13% van de maatwerkvoorzieningen betreft ondersteuning thuis zoals persoonlijke begeleiding en dagbegeleiding, 2% betreft verblijf en opvang.
Binnen de provincie Utrecht zijn er verschillen te zien tussen de gemeenten. De gemeente Utrecht verstrekt in 2024 veruit de meeste maatwerkvoorzieningen (26.935) gevolgd door de gemeente Amersfoort (12.635). Deze gemeenten verstrekken ook als enige maatwerkvoorzieningen op het gebied van verblijf en opvang. Zij vervullen centrumgemeente-taken voor de omliggende gemeenten. De minste maatwerkvoorzieningen zijn in 2024 verstrekt in Renswoude (285) en Eemnes (545). Van een aantal Utrechtse gemeenten zijn nog geen gegevens bekend (Montfoort, Stichtse Vecht, Wijk bij Duurstede).
Ook in de verdeling van maatwerkvoorzieningen tussen de verschillende gemeenten zijn verschillen te zien. Zo leveren de gemeente Baarn (67%), De Ronde Venen (66%) en Vijfheerenlanden (65%) relatief veel hulpmiddelen en diensten. In IJsselstein (43%), Nieuwegein en Lopik (39%) wordt relatief veel hulp bij het huishouden geboden. In Renswoude en Veenendaal (21%) wordt naar verhouding veel ondersteuning thuis geboden.
Geplaatst: mei 2025
Eén op vijf Utrechtse 65-plus mantelzorgers voelt zich overbelast
Veel ouderen bieden mantelzorg. In de provincie Utrecht gaat het om één op de zes 65-plussers (17%). Zij verleenden deze zorg in 2024 minimaal drie maanden, en/of minimaal acht uur per week. Relatief veel mantelzorgers zijn er in de gemeenten Eemnes (21%) en Houten (23%). Voor beide gemeenten was dit aandeel in 2020 lager (respectievelijk 18% en 17%). Relatief weinig mantelzorgers zijn er in Baarn, Stichtse Vecht en Vijfheerenlanden en Zeist (allen 15%).
Één op de vijf mantelzorgers (22%) geeft aan zich overbelast te voelen (2024). Dit aandeel is in de meerderheid van de gemeenten in de provincie Utrecht gestegen ten opzichte van 2020 (van gemiddeld 12% naar 21%). Juist in Stichtse Vecht en Zeist, gemeenten waar het aandeel mantelzorgers relatief laag ligt, voelen deze mantelzorgers zich wel vaker overbelast (respectievelijk 27% en 36%). In de toekomst wordt er een nog grotere vraag naar mantelzorg voorzien. Om aan deze groeiende zorgvraag te voldoen, zal naar verwachting ook vaker een beroep moeten worden gedaan op werkenden. Zij zullen waarschijnlijk vaker dan momenteel het geval is mantelzorg en het hebben van een betaalde baan moeten combineren. Om ervoor te zorgen dat deze groep mantelzorgers dit volhoudt, is volgens het RIVM aandacht en passende ondersteuning voor mantelzorgers noodzakelijk.
Vraag naar intensieve zorg voor ouderen verdubbelt zich in provincie Utrecht tot 2040
In 2020 werden binnen de provincie Utrecht ruim 10.000 ouderen intramuraal, intensief verzorgd. In opdracht van IVVU (een vereniging van 29 zorgorganisaties in de regio Utrecht) en zorgverzekeraar Zilveren Kruis is er op basis van open data een onderzoek uitgevoerd naar prognoses voor deze intensieve zorgvraag van ouderen tot 2040. (IVVU/Sinfore, 2022) Uit dit onderzoek blijkt dat er, als basiscondities hetzelfde blijven, in 2040 10.515 extra plaatsen voor intensieve verzorging en verpleging van ouderen nodig zijn in de provincie Utrecht. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2020.
Vooral gemeenten Utrecht en Amersfoort zullen te maken krijgen met een grote toename van ouderen die intensieve zorg behoeven. Naar schatting zal de toename in de gemeente Utrecht circa 2.700 verpleegplekken omvatten, en in Amersfoort 1.200 verpleegplekken. Ook voor gemeenten Stichtse Vecht (600), Nieuwegein (550) en Houten (500) gaat het om grote aantallen verpleegplekken.
Zelf- en samenredzaamheid 65-plussers
Het ervaren van onvoldoende regie over het eigen leven, speelt voor 65-plussers sterker dan voor volwassenen in de leeftijd van 18 tot 64 jaar. Bij de 65-plussers gaat het om 12% van de inwoners van de provincie Utrecht, bij de middengroep volwassenen om 7%. Vooral in de gemeenten Lopik (17,9%), Utrecht (16,5%) en Oudewater (16,4%) wonen relatief veel senioren die onvoldoende regie over het eigen leven ervaren. In de gemeenten De Bilt (10%), Houten en Wijk bij Duurstede (ieder 10,1%) wonen relatief weinig senioren die dit zo ervaren.
Bijna één op de tien senioren heeft niemand om mee te praten over persoonlijke problemen (9,5%) of mensen om zich heen die karweitjes willen doen (9,4%). Niemand hebben om mee te praten over persoonlijke problemen komt relatief veel voor in de gemeenten Stichtse Vecht (12,5%) en Vijfheerenlanden (12%) en relatief weinig in De Ronde Venen (7,4%) en Wijk bij Duurstede (7,5%). Senioren die geen mensen om zich heen hebben die karweitjes willen doen zijn er relatief veel in Wijk bij Duurstede (12,4%), Nieuwegein (11,5%), IJsselstein en Zeist (beide 11,4%). Relatief weinig zijn het er in Lopik (5,9%), Bunschoten (6%) en Woerden (6,7%).
Regie voelen over het eigen leven, heeft voor veel senioren ook te maken met de invulling van de laatste levensfase. De eigen regie, zowel in de aanloop naar de laatste levensfase als op het moment en de wijze van sterven is voor veel ouderen belangrijk. De Raad voor Ouderen (Raad van Ouderen, 2021) pleit voor een centrale plek met informatie, stappenplannen en standaardwilsverklaringen die aangepast kunnen worden aan persoonlijke wensen. Het ontsluiten van informatie hierover is volgens de Raad van belang om ook daadwerkelijk keuzes te kunnen maken. De Raad adviseert een landelijke bewustwordingscampagne over ouder worden in de volle breedte en financiering en scholing voor eerstelijns zorg op dit onderwerp.
In de databank vindt u onder andere de volgende indicatoren:
- Inwoners met een zelfzorgend vermogen
- Inwoners met een zelforganiserend vermogen
- SKM score (sociale) weerbaarheid
- Sociale weerbaarheid naar definitie ggdru 19-65 jaar
- Sociale weerbaarheid naar definitie ggdru 65+
- SKM totaalscore zelfredzaamheid
- % is mantelzorger (min. 3 maanden en/of 8 uur per week) 19-65 jarigen
- % is mantelzorger (min. 3 maanden en/of 8 uur per week) 65-plussers
- Reden mantelzorg: lichamelijke beperking
- Reden mantelzorg: psychische of psychiatrische ziekte
- Reden mantelzorg: dementie
- Reden mantelzorg: verstandelijke beperking
- Reden mantelzorg: laatste levensfase