Volwassenen en ouderen
2040: 38.000 inwoners met dementie in de provincie
De gezondheidsaandoening met de grootste impact op het persoonlijke en sociale leven van ouderen is voor velen waarschijnlijk dementie. Het gaat om aantasting van de cognitieve vaardigheden van de oudere, waarbij zich geheugenproblemen, veranderingen in gedrag en beperkingen in het uitvoeren van dagelijkse handelingen kunnen voordoen. (Volksgezondheidenzorg.info) Als iemand dementie ontwikkelt, raakt dat niet alleen de persoon zelf, maar ook diens directe omgeving. De directe naasten zullen zich moeten beraden op hoe de dementerende geholpen en verzorgd kan worden, welke hulp van buitenaf nodig is en wanneer een eventuele stap naar (tijdelijke of permanente) intramurale zorg onvermijdelijk is. Over het algemeen is er rondom een dementerende veel monitoring en afstemming nodig. Het feit dat er steeds meer mensen met dementie komen, zal ook samenlevingsbreed verder doorwerken. Verwacht kan worden dat men op straat, in winkels en openbare gelegenheden vaker te maken krijgt met iemand die even geholpen moet worden met zijn of haar oriëntatie. Voor gemeenten worden inmiddels door de rijksoverheid steeds meer activiteiten in het leven geroepen om zich dementievriendelijk te kunnen profileren. (Samendementievriendelijk.nl)
Hoeveel mensen er momenteel precies dementie hebben is afhankelijk van de gebruikte definitie. Het aantal mensen bij wie de diagnose is gesteld door zorgverleners (zoals huisarts of neuroloog) is een stuk lager dan het aantal mensen met dementie dat geschat is op basis van bevolkingsonderzoek. Volgens deze laatste bron zijn er in Nederland in 2021 290.000 mensen met dementie. De verwachting is dat er in 2040 ruim 520.000 mensen zijn met deze ziekte, waarvan 38.000 in de provincie Utrecht (ter vergelijk: dat is meer dan de gemeente IJsselstein momenteel aan inwoners heeft). Hierbij wordt er uiteraard van uitgegaan dat er voor die tijd nog geen ontwikkelingen hebben plaatsgevonden die het vóórkomen van de ziekte hebben kunnen beïnvloeden. Tabel 10.4 geeft een overzicht van prognoses hoeveel mensen dementie zullen hebben in de komende decennia in de afzonderlijke gemeenten.
Bron: ABF in opdracht van Alzheimer Nederland
Een belangrijke vraag is of de groei van het aantal ouderen dat dementie krijgt, in de komende decennia nog gekeerd zal kunnen worden. De overheidswebsite Volksgezondheidenzorg (www.vzinfo.nl) meldt dat de risicofactoren om dementie te krijgen, deels niet beïnvloedbaar zijn en deels wel. Niet beïnvloedbare factoren zijn: leeftijd (de kans op het krijgen van dementie neemt sterk toe met het ouder worden), geslacht (vrouwen lijken een hoger risico te hebben voor de ziekte van Alzheimer, mannen meer voor vasculaire dementie) en erfelijke factoren (deze spelen vooral een rol bij vormen van dementie die zich openbaren voor het 65ste levensjaar). Risicofactoren die (theoretisch) wel beïnvloedbaar zijn, omvatten indicatoren die de kans op hart- en vaatziekten vergroten (hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol, ernstig overgewicht en diabetes type 2), leefstijlfactoren (roken, alcoholconsumptie, lichamelijke inactiviteit, ongezonde voeding), psychosociale factoren (weinig sociale contacten, depressie, verstoord slaappatroon) en tenslotte overige factoren zoals lage opleiding, traumatische hersenschade, gehoorverlies en luchtverontreiniging. Dementie komt verhoudingsgewijs vaker voor bij migrantenouderen, hetgeen gerelateerd moet worden aan het feit dat deze vaker een lage sociaaleconomische status hebben en te maken hebben met overgewicht, hart- en vaatziekten en diabetes. (Volksgezondheidenzorg.info)
Alzheimer Nederland stelt dat er in Nederland in 2021 800.000 mantelzorgers zijn van mensen met dementie. Uit monitoringsonderzoek van de organisatie blijkt dat mantelzorgers gemiddeld 40 uur per week voor hun naaste met dementie zorgen. Van deze mantelzorgers zorgt 47% voor een partner en 44% voor een (schoon)vader of -moeder. 40% combineert de mantelzorg met een baan. De gemiddelde leeftijd van een mantelzorger voor iemand met dementie is 65 jaar, waarvan 68% vrouw is. Ruim de helft van deze groep mantelzorgers geeft aan zich zwaar belast te voelen, 3% voelt zich overbelast. (Alzheimer Nederland, 2021)
Leefstijlkenmerken ouderen in provincie Utrecht
In de provincie Utrecht heeft in 2024 gemiddeld 54% van de inwoners van 65 jaar of ouder overgewicht. Dit is stabiel ten opzichte van 2020 (55%). Er doen zich vrij sterke verschillen voor tussen gemeenten. Zo hebben de gemeente Bunschoten (62%) en de gemeente Veenendaal (61%) het hoogste aandeel inwoners overgewicht ten opzichte van gemeentes met de laagste aantallen: gemeente De Bilt (46%) en Bunnik (45%).
Waar het om alcoholconsumptie gaat, is 18% van de 65-plussers in de provincie Utrecht te zien als overmatige drinker (mannen drinken dan 14 glazen alcohol of meer per week, vrouwen 7 glazen of meer). Wijk bij Duurstede, Soest en Houten hebben het hoogste aandeel overmatige drinkers (22%). In 2020 was dit nog Eemnes (26%), daar ligt het aandeel met 20% nu lager. Het laagste aandeel overmatige drinkers is er in Veenendaal en Vijfheerenlanden (beide 13%), gevolgd door Montfoort, Rhenen en Woudenberg (14%).
Bron: ggdru.buurtmonitor.nl / * Laatste vier weken vijf glazen alcohol of meer gedronken bij één gelegenheid
Geplaats: december 2025
Twee derde (66%) van de 65-plussers ervaart zijn of haar gezondheid als goed of zeer goed
Gemiddeld in de provincie Utrecht beschouwt twee derde (66%) van de 65-plussers zijn of haar gezondheid in 2024 als goed of zeer goed. Dit is vergelijkbaar met 2020 (69%). De hoogste scores zijn in Leusden, Oudewater en Utrechtse Heuvelrug (71%). De laagste scores in Bunschoten en Nieuwegein (62%). Op een paar gemeenten na, liggen vrijwel alle percentages iets lager dan in 2020.
De grootste verschillen tussen 2024 en 2020 zijn te zien in Bunnik (van 73% naar 62%), Eemnes (van 75% naar 65%) en Montfoort (van 73% naar 63%). In deze drie gemeenten zien we een afname van ongeveer 10%-punt.
Geplaats: december 2025
Afname 65-plussers met langdurige ziekte(n) of aandoeningen tussen 2012 en 2024
Het aandeel 65-plussers dat in 2024 één of meerdere langdurige ziekte(n) of aandoeningen (langer dan 6 maanden) heeft is in de afgelopen 12 jaar flink afgenomen. In 2012 rapporteerde 77% van de 65-plussers één of meerdere langdurige ziekte(n) of aandoeningen, dit is in 2024 net iets minder dan de helft (48%).
Gemeenten met het hoogste aandeel 65-plussers met een langdurige ziekte of aandoening zijn Utrecht (52%) en Nieuwegein (51%), gevolgd door Amersfoort, Montfoort en Bunnik (allen 49%). Gemeenten waar de minste 65-plussers wonen met een langdurige ziekte of aandoening zijn Lopik (41%), Oudewater (42%) en Woudenberg (42%).
De afname tussen 2012 en 2024 is het grootst in de gemeenten Woudenberg, IJsselstein en De Ronde Venen. In IJsselstein en de Ronde Venen nam dit met 35%-punt af. In Woudenberg is het aandeel langdurig zieke 65-plussers zelfs met 40%punt afgenomen (van 82% naar 42%).
Geplaats: december 2025
Overgewicht stijgt, tevredenheid daalt
Tussen 2014 en 2024 nam het aandeel volwassen Nederlanders dat tevreden is met hun gewicht af van 65,2% naar 62,5%. De daling in tevredenheid is vooral zichtbaar bij mensen met obesitas. Mannen zijn vaker tevreden (66%) met hun gewicht dan vrouwen (59%). In 2024 gaf 14% aan niet tevreden te zijn met hun gewicht. Daarnaast was 23% niet tevreden maar ook niet ontevreden. (CBS, 2025).
De Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen wordt eens in de vier jaar samengesteld en bevat informatie over de Nederlandse bevolking van 18 jaar of ouder op het gebied van gezondheid, waaronder op het gebied van onder- en overgewicht. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Body Mass Index (BMI); het quotiënt van het gewicht in kilogrammen en het kwadraat van de lengte in meters. In 2024 heeft 48,3% van de Nederlandse bevolking volgens de standaarden van de BMI een normaal gewicht, in 2016 ging het nog om 48,9%.
Tussen provincies zijn er verschillen te zien in 2024 in het aandeel volwassenen met matig overgewicht (BMI-waarden tussen de 25 en 30) en ernstig overgewicht (BMI-waarden boven de 30), waarbij de provincie Utrecht steeds het meest gunstig scoort. In de provincie Utrecht heeft 31,2% van de 18-plussers matig overgewicht en 12,9% ernstig overgewicht. De provincies Drenthe (19,2%), Flevoland (18,6%) en Limburg (17,2%) hebben het hoogste aandeel 18-plussers met ernstig overgewicht (obesitas). Ten opzichte van de meting in 2016 is het aandeel van deze groep ook bovengemiddeld hard gegroeid in Flevoland en Drenthe. In de provincie Utrecht ligt deze groei onder het landelijke gemiddelde.
Binnen de provincie Utrecht is te zien dat in 2024 het grootste aandeel 18-plussers met matig overgewicht zich bevindt in de gemeenten Eemnes (36,8%) en Veenendaal (36,8%). Het kleinste aandeel is te vinden in de gemeenten Utrecht (25,3%) en Bunnik (27%). Als het gaat om ernstig overgewicht (obesitas) dan is dit aandeel het hoogst in Renswoude (18,6%) en Vijfheerenlanden (18,3%) en het laagst in Baarn (10%) en de gemeente Utrecht (10,2%).
Bron: CBS. (2025). 62 procent van volwassenen tevreden met eigen gewicht.
Geplaatst: juli, 2025
In de databank vindt u onder andere de indicatoren:
- Levensverwachting bij geboorte
- % inwoners één of meer langdurige ziekte(n) of aandoeningen (langer dan 6 maanden) 19+/ 18-64 / 65+
- % inwoners dat voldoet aan beweegnorm
- % inwoners met (zeer) goede gezondheid 19-65 jaar / 65+
- % inwoners met overgewicht
- % 19-65 jarigen / 65 plussers met hoog risico op angst of depressie
- % inwoners dat bezoek bracht aan RIAGG/GGZ 19-65 jaar / 65+
- % inw met lichamelijke beperking 65+
- % kinderen met handicap
- % rookt 19-65 jr / 65+
- % Overmatige drinker 19-65 jr / 65+
- Tevredenheid gezondheidsvoorzieningen in de buurt
- % (zeer) tevreden over welzijnsvoorzieningen in de buurt
- Stapeling gebruik voorzieningen in sociaal domein
- % huishoudens dat maatwerkvoorzieningen wmo ontvangt
- % huishoudens zonder voorzieningen
- Personen 75 jaar en ouder wonend in een instelling
Meer weten?
www.volksgezondheidsmonitor.nl
www.volksgezondheidenzorg.info
Dashboard gezondheid in sociaal domein
Verwey Jonker Instituut. 2018. Succesvol combineren van armoede- en gezondheidsbeleid