Inkomen en armoede
Meeste miljonairshuishoudens provincie Utrecht in De Bilt
Op 1 januari 2024 had 5,5% van de huishoudens in Nederland een vermogen van 1 miljoen euro of meer. Dat zijn 452 duizend huishoudens, 17 duizend meer ten opzichte van 1 januari 2023. In Bloemendaal en Laren wonen relatief veel miljonairs: 1 op de 3 huishoudens is er miljonair. Twee derde van de miljonairs bezit 1 miljoen tot 2 miljoen euro. Een kwart heeft een vermogen van 2 miljoen tot 5 miljoen euro. In totaal heeft 3% van de huishoudens een vermogen van 10 miljoen euro of meer. Binnen de provincie Utrecht heeft de gemeente Nieuwegein (2,5%) naar verhouding de minste miljonairshuishoudens. De gemeente met het hoogste aandeel miljonairs is De Bilt (16,4%).
Geplaatst: december 2025
Provincie Utrecht scoort relatief gunstig op het gebied van armoede
Uit onderzoek naar armoedecijfers blijkt de provincie Utrecht gunstig te scoren ten opzichte van het nationale gemiddelde. Dit geldt voor een groot aantal onderzochte indicatoren op het gebied van laag inkomen, armoede, schulden, woonlasten en energiekosten. De enige indicator waarop de provincie Utrecht niet gunstiger scoorde dan Nederland gemiddeld betrof het percentage paren met kinderen met een laag inkomen gedurende vier jaar of langer. Hier is het relatieve aandeel voor de provincie Utrecht (0,8%) even groot als dat voor Nederland totaal.
In totaal heeft 3,3% van de huishoudens in de provincie Utrecht in 2023 een laag inkomen. Dit komt overeen met 19.700 huishoudens, waarvan 4.800 huishoudens dit lage inkomen 4 jaar of langer hebben. Daarnaast heeft 7,4% van de huishoudens in de provincie Utrecht één of meer problematische schulden en 3,2% van de huishoudens risico op energiearmoede gezien hun balans in huishoudinkomsten en energielasten. Gemiddeld is de woonquote in de provincie Utrecht in 2022 21,6%. Hier gaat het om de gemiddelde verhouding tussen huishoudinkomsten en woonlasten, zoals berekend door het CBS. Voor Nederland gemiddeld ligt dat cijfer op 22,3%.
Bron: Armoede; cijfers, beleving en ontwikkelingen | Staat van Utrecht (2025)
Geplaatst: mei 2025
Vooral eenpersoonshuishoudens hebben (langdurig) te maken met een laag inkomen
Uit de armoedecijfers blijkt dat het vooral eenpersoonshuishoudens zijn die een (langdurig) laag inkomen hebben. In de provincie Utrecht wordt in 2023 ruim de helft van de lage inkomens-huishoudens gevormd door eenpersoonshuishoudens (10.500). Hierbij gaat het relatief vaak om 55-65 jarigen. Binnen de groep eenpersoonshuishoudens met een laag inkomen in de provincie Utrecht, heeft 1 op de 5 (2.100) hier langer dan 4 jaar mee te maken. Het aantal eenpersoonshuishoudens met een laag inkomen is niet gelijk verdeeld over de 26 gemeenten van de provincie Utrecht. Meer dan de helft van deze groep woont in de gemeente Utrecht (4.400) of Amersfoort (1.200).
Bron: Armoede; cijfers, beleving en ontwikkelingen | Staat van Utrecht (2025)
Geplaatst: mei 2025
Schuldenproblematiek wordt steeds belangrijkere maat voor armoede dan inkomen
Zowel landelijk als voor de provincie Utrecht geldt dat er veel meer huishoudens zijn met schuldenproblematiek dan met een laag inkomen. Absoluut gezien hebben in totaal 19.700 huishoudens in de provincie Utrecht in 2023 een laag inkomen, terwijl de groep huishoudens met geregistreerde problematische schulden 47.500 huishoudens omvat. Dit laatste cijfer is alleen beschikbaar over 2024. Als we deze cijfers naast elkaar leggen, dan is het aantal huishoudens met schulden 2,4 keer zo groot als het aantal huishoudens met een laag inkomen. De overlap tussen beide soorten huishoudens bedraagt naar schatting van het Sociaal Cultureel Planbureau rond de 25% en is daarmee beperkt.
Schuldenproblematiek lijkt daarmee een belangrijkere factor te zijn geworden om armoede te identificeren, dan (alleen) het inkomen. In de afgelopen dertig jaar is het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden bijna verdrievoudigd, waarbij blijkt dat 60% van de huishoudens deze schulden minimaal drie jaar op een rij heeft. De sterke groei van het aantal mensen dat met problematische schulden te maken krijgt wordt door deskundigen onder andere toegeschreven aan de flexibilisering van de arbeidsmarkt (men werkt bijvoorbeeld minder vaak met vaste contracten dan voorheen) en de toename van het aantal eenpersoonshuishoudens (waardoor men kwetsbaarder is als het inkomen wegvalt). Ook de digitalisering wordt genoemd als belangrijke factor. Deze maakt bijvoorbeeld het kopen op afbetaling gemakkelijker. In de uitvoeringspraktijk van de schuldhulpverlening wordt gebruik gemaakt van een vierdeling aan soorten schulden:
- Overlevingsschuld die vaak voorkomt bij mensen met een minimum inkomen die langere tijd hoge vaste lasten hebben.
- Overbestedingsschuld die ontstaat als men in principe genoeg geld heeft om rond te komen, maar toch teveel uitgeeft.
- Aanpassingsschuld. Deze kan ontstaan als de situatie waarin men leeft plotseling verandert, bijvoorbeeld door ziekte, scheiding of werkloosheid.
- Compensatieschuld die voortkomt uit bijvoorbeeld een verslavingsprobleem.
Bron: Armoede; cijfers, beleving en ontwikkelingen | Staat van Utrecht (2025), SCP. (2024b). Samenhang tussen armoede en problematische schulden. Technische kennisnotitie. Hogeschool van Amsterdam, Lectoraat Armoede Interventies. (2024). Financiële dienstverlening toen, nu en straks. Opgehaald van Financiële dienstverlening; toen nu en straks_def. Movisie. (2020). Wat werkt bij de aanpak van armoede en schulden.
Geplaatst: mei 2025
Gemeenten Utrecht, Amersfoort en Zeist scoren binnen provincie minst gunstig op armoede
Alhoewel de armoedecijfers voor de provincie Utrecht in het algemeen relatief gunstig kunnen worden genoemd, scoren de gemeenten Utrecht, Amersfoort en Zeist hierbinnen naar verhouding ongunstig. De gemeenten Woudenberg, Houten en Bunnik scoren relatief het meest gunstig. Voor de gemeente Zeist geldt specifiek dat zij als enige Utrechtse gemeente bovengemiddeld ongunstige scores heeft op zowel het vlak van woonquotes als energiearmoede. De woonquote (verhouding huishoudinkomsten en woonlasten) in Zeist is 22,9%, ten opzichte van 21,6% in de provincie Utrecht gemiddeld en 22,3% landelijk. Het risico op energiearmoede (verhouding huishoudinkomsten en energielasten) speelt bij 5,0% van de huishoudens in Zeist, ten opzichte van 3,2% in de provincie Utrecht gemiddeld. In onderstaand overzicht worden enkele verschillen tussen gemeenten in risico op armoede bij elkaar gezet.
Bron: Armoede; cijfers, beleving en ontwikkelingen | Staat van Utrecht (2025)
Geplaatst: mei 2025
Aandeel AOW-ontvangers provincie Utrecht sterk gegroeid tussen 2017 en 2022
Gemiddeld is het aantal AOW-ontvangers in Nederland tussen 2017 en 2022 gegroeid met 5%. Voor de provincie Utrecht is dat echter 10%. De provincie komt daarmee op de tweede plaats van stijgers, na Flevoland (15%). Binnen de provincie Utrecht is de relatieve groei van het aantal AOW-ontvangers het grootst in de gemeente Houten (+23%), Wijk bij Duurstede (+18%) en Leusden (+12%). Geen of nauwelijks groei was er op dit gebied in gemeente De Bilt (0%).
Overigens is de leeftijd waarop men AOW-gerechtigd wordt, sinds 2013 gaan verschuiven. Tot die tijd lag deze leeftijd vast op 65 jaar. In 2013 was dit 65 jaar en 1 maand en schuift sindsdien in stapjes op naar (volgens prognose) 67 jaar in 2024.
Veel werknemers gaan overigens al eerder met pensioen dan op hun AOW-gerechtigde leeftijd. Landelijk lag de gemiddelde pensioenleeftijd van werknemers in de periode 2000-2006 op 61 jaar. Sindsdien is het aandeel werknemers dat voor hun 65e verjaardag met pensioen ging gedaald en steeg de pensioenleeftijd. Vanaf 2013 houdt de gemiddelde pensioenleeftijd van werknemers min of meer gelijke tred met de geldende AOW-leeftijd. In 2022 ging 48,8% van de werknemers in Nederland vóór de AOW-leeftijd met pensioen.
Bron: CBS. (2022). Pensioenleeftijd in 2021 ruim 4 jaar hoger dan in 2006. | CBS. (2022) en Pensioenleeftijd werknemer gemiddeld 65 jaar en 8 maanden | CBS
Databank
In de databank vindt u onder andere de indicatoren:
- Totaal gewerkte uren 15-64 totaal
- Totaal gewerkte uren 15-64 mannen
- Totaal gewerkte uren 15-64 vrouwen
- Totaal gewerkte uren 15-24 totaal
- Totaal gewerkte uren 15-24 mannen
- Totaal gewerkte uren 15-24 vrouwen
- % inwoners dat niet rond kan komen 19-65
- % huishoudens met inkomen tot 105% van sociaal minimum
- % huishoudens met inkomen tot 120% van sociaal minimum
- % huishoudens met huurtoeslag
- % huishoudens met inkomen uit loon/zelfstandige
- % huishoudens met inkomen uit pensioen
- % huishoudens met uitkering uit arbeidsongeschiktheid
- % huishoudens met uitkering uit werkloosheid/bijstand
- % minderjarige kinderen opgroeiend in huishouden met inkomen tot 105% van sociaal minimum
- Gemiddelde besteedbare huishoudinkomen
- Totaalscore financiële zelfredzaamheid op basis van opleiding, eigendomsverhouding en rondkomen
- Risicovolle schulden 19-65 jaar
- Risicovolle schulden 65+
Meer weten?
CBS et al. 2018. Ondersteunen van werkenden met een kleine beurs
Dimensus. 2019. Monitor Sociale Kracht U10 2017-2018
HU et al. 2018. LVB, schulden en werk
Keizer. 2017. Onderzoek naar Leesvaardigheid onder mensen met financiële problemen
NIBUD. 2018. Financiële administratie in een digitaal tijdperk
SCP. 2018. De SCP-methode voor meten van armoede. Herijking en revisie
VJI. 2018. Succesvol combineren van armoede- en gezondheidsbeleid