Woningbehoefte

U bent hier

Woningbehoefte

Regionale woningbehoefte (U16) in beeld gebracht

De provincie Utrecht heeft samen met de regio U10 onderzoek laten uitvoeren naar de woningmarkt in het U16-gebied.1 In dit onderzoek wordt een disbalans gesignaleerd tussen het groeiende aantal huishoudens en de achterblijvende plancapaciteit. Voor de  periode tot 2025 is er voldoende planaanbod om de behoefte mee te vullen, voor de periode erna zijn er op dit moment onvoldoende  woningbouwplannen voor het groeiend aantal bewoners. Om zeker te zijn van een gezonde woningmarkt  moeten er volgens de opstellers plannen worden ontwikkeld waarbij regionale wordt afgestemd.

Theoretische woningbehoefte en planaanbod (2017-2040) U16

 Theoretische* bruto
woningbehoefte op basis
van huishoudenprognoses
Aantal woningen in
de plannen (maart 2018)
Bunnik2.091795
De Bilt2.077621
De Ronde Venen3.8301.788
Houten1.9171.909
IJsselstein1.359202
Lopik376341
Montfoort334242
Nieuwegein5.7474.504
Oudewater685172
Stichtse Vecht4.6761.577
Utrecht59.62640.986
Utrechtse Heuvelrug3.7251.138
Vijfheerenlanden5.4273.967
Woerden4.6994.008
Wijk bij Duurstede2.488859
Zeist5.1333.463
Totaal U16104.19066.572

Bron: PRIMOS en Site Urban Development (2018).
*  Auteurs merken op dat de cijfers per gemeente niet gezien moeten worden als de opgave die de gemeenten voor zich moeten oplossen. De dynamiek in de regio overstijgt volgens hen gemeentegrenzen en het is mogelijk dat juist op plekken waar op basis van demografische gegevens de groei aan de lage kans is, de urgentie om te bouwen juist groot is om te voldoen aan de kwalitatieve vraag. Deze opgave is volgens opstellers van het rapport niet op te maken uit de hier gepresenteerde cijfers.
**  Van deze geplande woningen verloopt 60% volgens plan, moeten er bij 37% complexe dossiers worden opgelost, wat de planning onzeker maakt en zit bij 3% de planvorming vast.   
     

Tot 2040 behoefte aan ruim 100.000 woningen in U16

Voor de periode 2017-2040 is er voor de U16 een huishoudengroei geprognotiseerd2 van 90.000 en er wordt  uitgegaan dat er 14.000 woningen vervangen moeten worden na sloop3. Tezamen brengt dat de woningbehoefte in dit gebied op 104.000. De onderzoekers hebben de bestaande plannen voor woningbouw geïnventariseerd en komen uit op 67.000. Niet alle plannen zijn echter in dezelfde mate gevorderd of verzekerd van uitvoering; voor 17.000 woningen ligt er medio 2018 een onherroepelijk bestemmingsplan, voor 45.000 woningen ligt er wel een collegebesluit maar is er nog geen bestemmingsplan en er voor 5.000 woningen ligt er nog geen formeel besluit op planniveau. Het totale plantekort wordt door onderzoekers ingeschat tussen 37.000 en 53.000 woningen.

Meer woningen voor eenpersoonshuishoudens nodig in toekomst

In de afgelopen decennia is de diversiteit aan huishoudensvormen toegenomen waardoor ook andere woningtypen nodig zijn dan we vroeger gewend waren. Voor de toekomst wordt een groei van het aandeel eenpersoonshuishoudens voorzien. Kijken we naar de woningtypen in de woningvoorraad dan zien we al een kleine verschuiving. In 2014 bedroeg het aandeel eengezinswoningen in de provincie  63,7% en het aandeel meergezinswoningen 36,3% van de totale woningvoorraad. In 2018 gaat het om 63,3% eengezinswoningen en 36,7% meergezinswoningen. Uitgesplitst naar de afzonderlijke gemeenten, zien we dat Utrecht het grootste aandeel eenpersoonshuishoudens heeft; hier is meer dan de helft van alle huishoudens een eenpersoonshuishouden (52%). Ook de gemeente Zeist heeft een groot aandeel eenpersoonshuishoudens (41%). In Renswoude en Bunschoten is minder dan 25% van de huishoudens een eenpersoonshuishouden. Bron: CBS.

Doorstroming

Doorstroming op de woningmarkt zorgt er voor dat de woonvoorraad beter benut wordt naar gelang de woonbehoefte. Een onderzoek van de Provincie Utrecht heeft aangetoond dat wanneer er maatregelen worden getroffen om doorstroming te bevorderen, de verhuisketen daarmee langer wordt. In essentie betekent dat dat meer mensen een geschikte woning kunnen vinden die past bij hun levensfase. Deze studie is uitgevoerd met 2 cases als uitgangspunt: een case bij een appartementencomplex in Nieuwegein waar voorrang werd verleend aan huurders die een eengezinskoopwoning achterlieten. Bij de andere case in IJsselstein, werden  woningen verhuurd aan huishoudens die een eengezinswoning achterlieten. 

Behoefte van ouderen om in vertrouwde omgeving te blijven wonen

De aanstaande vergrijzing brengt de vraag met zich mee of er ook specifiek woningen voor ouderen gebouwd moeten worden. Vanuit het idee dat een doorstroming van ouderen zal leiden tot een versneld aanbod van eengezinswoningen in de stadsregio. Tegelijkertijd is echter ook duidelijk dat ouderen nauwelijks willen verhuizen. Het Planbureau voor de Leefomgeving stelt dat als er voor ouderen gebouwd gaat worden, dit het beste in bestaande buurten kan gebeuren, gezien de gehechtheid van ouderen aan hun buurt. Nieuwbouw voor ouderen betekent volgens het kenniscentrum dus niet alleen maatwerk in kwantiteit en kwaliteit, maar ook in locatie. Echter, juist vanwege de geringe verhuismobiliteit van ouderen bestaat vooral een grote aanpassingsopgave: het geschikt maken van de huidige woningen voor oudere bewoners die mogelijk te maken krijgen met allerlei fysieke beperkingen. Daarnaast zal rekening gehouden moeten worden met een hernieuwde behoefte aan winkels en andere voorzieningen in de directe omgeving.4
 

1   SITE urban development (2018); Locatie onderzoek woningbouw Utrecht. De opgave.
2   Primos, 2017.
3   SITE urban development (2018); Locatie onderzoek woningbouw Utrecht. De opgave.
4   PBL (2017); De grijze groeikern.

 

Databank 

In de databank vindt u onder andere de indicatoren:

•    Gem. wachttijd huurwoning
•    Gem. zoektijd huurwoning

Meer weten?

U bent hier