Taal- en digitale vaardigheid

U bent hier

Taal- en digitale vaardigheid

Relatief beperkte laaggeletterdheid in provincie Utrecht

Landelijk onderzoek uit 2016 laat zien dat 1,3 miljoen mensen in Nederland, tussen de 16 en 65 jaar, ‘moeite hebben met taal’ en daarmee laaggeletterd kunnen worden genoemd. Bijna 14% van alle Nederlandse kinderen loopt volgens dit onderzoek momenteel het risico om op latere leeftijd onder de noemer ‘laaggeletterd’ te vallen.1 Voor de provincie Utrecht geldt dat zij van alle provincies het laagste aandeel laaggeletterden onder haar inwoners heeft (6,3%), terwijl dat voor provincies als Flevoland (16,2%) en Zuid Holland (15,0%) het hoogst ligt. Verdere uitsplitsingen wijzen uit dat 25% van de langdurig werklozen in Nederland laaggeletterd is en dat 10% van de leerlingen aan het einde van de basisschool het vereiste zogenoemde 1F-niveau2 niet haalt.3  We leven in een digitale kennissamenleving en de overheid streeft ernaar alle overheidsdiensten digitaal aan te bieden. Beheersing van taalvaardigheden, rekenvaardigheden en digitale vaardigheden is noodzakelijk om te participeren in de hedendaagse samenleving en op de arbeidsmarkt.

Laaggeletterdheid verschilt per gemeente

Voor de provincie Utrecht geldt dat er naar schatting relatief weinig laaggeletterden (tussen de 16 en 65 jaar) wonen in De Bilt, Soest, Woerden, Stichtse Vecht, Utrecht, Bunnik, Rhenen en Wijk bij Duurstede (0-5%). Relatief veel laaggeletterden (13-16%) wonen er naar schatting van de Stichting Lezen en Schrijven, in Nieuwegein.

Laaggeletterdheid in provincie utrecht (16-65 jarigen)

 % laaggeletterdenAbsoluut aantal laaggeletterden (schatting)
De Bilt0-5%600 -1.500
De Ronde Venen8-11%1.700 -2.900
Soest0-5%600-1.700
Utrechtse Heuvelrug8-11%2.000-3.000
Houten5-8%1.600-2.700
Woerden0-5%200-1.500
Nieuwegein13-16%5.200-6.400
Zeist8-11%3.400-5.100
Veenendaal8-11%2.900-4.200
Stichtse Vecht0-5%1.000-2.500
Amersfoort8-11%7.400-9.500
Utrecht (gemeente)0-5%4.900-8.300
Baarn/Bunschoten/Eemnes5-8%1.800-3.200
Leusden/Renswoude/Woudenberg8-11%2.200-3.100
Bunnik/Rhenen/Wijk bij Duurstede0-5%1.100-2.300
IJsselstein/Montfoort5-8%1.700-3.100
Lopik/Oudewater/Vianen (voormalig)8-11%1.800-2.900

Bron: Stichting Lezen en Schrijven (2016); Regionale spreiding van geletterdheid in Nederland

Beperkte digitale vaardigheden hebben effect op administratievoering

Uit onderzoek van het NIBUD blijkt dat 18% van de respondenten de digitalisering van het  berichtenverkeer door dienstverleners ingewikkeld vindt. 11% vindt het ‘gewoon’ ingewikkeld, 7% vindt het ‘heel ingewikkeld’. Deze totale groep betaalt beduidend vaker rekeningen te laat door de digitalisering van het berichtenverkeer, heeft minder vaak een geordende administratie en bekijkt minder vaak de mijn-omgevingen. Het gaat hierbij relatief vaak om alleenstaanden en consumenten met een inkomen beneden modaal. Van de 18-35-jarigen in Nederland geeft 16% aan niet digitaal vaardig te zijn, tegen 22% van de 50-65 jarigen. Het NIBUD gaat er van uit dat de groep die niet (financieel) digitaal vaardig is, in werkelijkheid in Nederland nog groter is; naar verwachting is één op de vijf Nederlanders niet digitaal vaardig.4 Wat betreft de jongeren stelt het NIBUD dat het hen niet zozeer ontbreekt aan digitale vaardigheden, maar juist aan administratieve vaardigheden. Ze hebben minder vaak een duidelijk administratief systeem voor hun administratie en zien vaker belangrijke documenten in de e-mail over het hoofd.

Grotere kloof tussen excellent en laaggeletterdheid

De Nederlandse beroepsbevolking heeft een hoog gemiddeld niveau van taalvaardigheden. Maar zowel het aandeel excellenten als het aandeel laaggeletterden is de afgelopen jaren toegenomen. De kloof wordt dus groter. Het percentage laaggeletterden onder 16- tot 65-jarigen is in de afgelopen 17 jaar gestegen van 9,4% in 1995 naar 12% in 2012. Dit percentage is zelfs significant gestegen onder 45-54 jarigen. Deze verschillen kunnen sociale ongelijkheid vergroten omdat taalvaardigheden nauw samenhangen met onder andere de positie op de arbeidsmarkt, maatschappelijke participatie en gezondheid.5 

Hoger en lager opgeleiden maken verschillend gebruik van internet

Uit onderzoek blijkt dat niet alle bevolkingsgroepen in onze samenleving even goed meekomen met veranderingen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie6. Die verschillen worden aangeduid met de ‘digitale kloof’. Aanvankelijk ging het om het wel of niet hebben van apparatuur zoals een pc of laptop, maar later kwam de nadruk meer op verschillen in de digitale vaardigheden en in soorten gebruik, zoals nieuwsgaring of amusement. Hoger opgeleiden hebben volgens de onderzoekers een productiever internetgebruik dan lager opgeleiden en benutten internet vaker voor informatie, educatie en carrière. Ze profiteren daarmee optimaal van de mogelijkheden om hun doelen te bereiken. Laagopgeleiden laten daarentegen vooral consumptief gebruik van het internet zien. Zij zitten vooral op internet om te gamen, chatten of YouTube filmpjes te bekijken. Zij ervaren relatief veel problemen met het navigeren en zich oriënteren op internet.

Handelingsverlegenheid aanpak laaggeletterdheid

Onderzoeknaar de integrale aanpak van laaggeletterdheid binnen gemeenten wijst uit dat er onder ambtenaren nog veel sprake is van handelingsverlegenheid. Voor diverse gemeenten geldt dat niemand ‘eigenaar’ is van laaggeletterdheid en dat het veel tijd vraagt om collega’s te overtuigen van de relatie tussen thema’s binnen het sociaal domein zoals werk, armoede en schulden en taal. Eén van de aanbevelingen luidt om de aanpak van laaggeletterdheid te positioneren als middel tot maatschappelijke participatie en niet alleen als onderwijsthema.
 

1   Stichting lezen en schrijven, 2016. Feiten en cijfers geletterdheid 2016.
2   1F is het fundamentele referentieniveau Nederlandse taal voor het basisonderwijs.
3   Stichting lezen en schrijven, 2016. Feiten en cijfers geletterdheid 2016. 
4   NIBUD (2018); Financiële administratie in een digitaal tijdperk.
5   Stichting lezen en schrijven (2017); Feiten en cijfers geletterdheid 2016.
6   SCP, 2016. De toekomst tegemoet. Leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren in het Nederland van later.
7   Stichting lezen en schrijven (2017); Laaggeletterdheid integreren in het gemeentelijk sociaal domein. Wat is nodig?

U bent hier