Redzaamheid en zorg

U bent hier

Redzaamheid en zorg

Niet iedereen heeft evenveel aanleg voor (zelf)redzaamheid

Met de opbouw en inrichting van de participatiesamenleving wordt in toenemende mate een beroep gedaan op de zelfredzaamheid van burgers. De WRR is in 2017 met een rapport gekomen dat dieper ingaat op de vraag of alle burgers wel over dezelfde redzaamheids-instrumenten (kunnen) beschikken en of de overheid van iedere burger dan ook hetzelfde mag verwachten. Aan de hand van een groot scala aan (sociaal)psychologische onderzoeksresultaten en gesprekken met sleutelpersonen in de samenleving concludeert de WRR dat niet alle burgers evenveel aanleg hebben voor zelfredzaamheid.1 Eerder constateerde het SCP al dat de aloude scheidslijn tussen de haves en de havenots, verandert in een scheidslijn tussen de cans en cannots. In de nieuwe ‘energieke samenleving’ zal er in de toekomst mogelijk een grotere groep mensen zijn die hierin niet kan meekomen. De lat van zelfredzaamheid ligt voor hen te hoog.2

'Doenvermogen’ nieuw sleutelbegrip bij redzaamheid

In tegenstelling tot bij ‘denkvermogen’, gaat het bij ‘doenvermogen’ volgens de WRR om zaken als in actie komen, met tegenslag en emoties omgaan, zelfcontrole uitoefenen, en volhouden. Dit vermogen is net als het denkvermogen, deels erfelijk bepaald maar kan bijvoorbeeld ook door (tijdelijke) omstandigheden worden aangetast. Intelligentie (denkvermogen) en doenvermogen gaan niet altijd gelijk op volgens de WRR. Er zijn mensen die heel slim zijn en veel weten, maar desondanks grote moeite hebben om hun leven op orde te brengen en omgekeerd zijn er ook veel mensen die cognitief niet zo sterk zijn maar wel met vaste hand richting weten te geven aan hun leven.3

Aantal mantelzorgers per gemeente en reden van zorg (2016)

 Lichamelijke beperking, 65+Dementie, 65+Verstandelijke beperking, 65+ Laatste levensfase, 65+Psychische of psychiatrische ziekte, 65+
Amersfoort7%4%1%1%2%
Baarn6%4%1%1%1%
De Bilt7%4%1%1%2%
Bunnik8%4%1%3%2%
Bunschoten6%3%1%2%2%
Eemnes5%4%1%1%3%
Houten6%4%0%1%2%
IJsselstein7%4%1%1%2%
Leusden7%2%1%1%2%
Lopik7%4%1%1%2%
Montfoort6%4%0%1%2%
Nieuwegein6%3%1%1%1%
Oudewater5%3%2%2%1%
Renswoude8%3%2%1%1%
Rhenen5%4%3%1%3%
De Ronde Venen7%5%1%1%1%
Soest7%4%1%2%2%
Stichtse Vecht6%5%2%1%1%
Utrecht     
Utrechtse Heuvelrug8%4%1%2%1%
Veenendaal7%2%3%1%2%
Vianen7%5%2%1%3%
Wijk bij Duurstede5%4%1%1%1%
Woerden7%4%2%1%1%
Woudenberg8%3%1%0%1%
Zeist5%4%1%1%3%

Bron: GGD Regio Utrecht.

Gezondheidsvaardigheden schieten vaak te kort

Gezondheidsvaardigheden zijn de vaardigheden om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen, te beoordelen en te gebruiken bij het nemen van beslissingen die je eigen gezondheid betreffen. Een deel van de mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden is laaggeletterd. Er zijn drie typen vaardigheden:
  1. Functionele vaardigheden; lezen, schrijven, rekenen, zoeken op internet.
  2. Interactieve-  en communicatievaardigheden; Begrijpend lezen, abstract denken, hoofd- van bijzaken onderscheiden, reflecteren.
  3. Kritische vaardigheden; het toepassen van informatie, ordenen, vooruitdenken, prioriteiten stellen.
Gezondheidsvaardigheden hangen deels af van opleidingsniveau, maar ook hoger opgeleiden kunnen moeite hebben met medische informatie. Ouderen, laagopgeleiden en niet-westerse migranten zijn sterker vertegenwoordigd in de groep mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden.4


U10: 8 op 10 bewoners kan terugvallen op hulp van familie

In de sociale krachtmonitor van de U10 is zelfredzaamheid in kaart gebracht, waarbij gekeken wordt naar de mate van zelfzorgend vermogen, een zelforganiserend vermogen en weerbaarheid. 96% geeft aan (bijna) geen problemen te hebben met de algemene dagelijkse activiteiten. 8 op de 10 respondenten uit de U10-gemeenten geeft aan terug te kunnen vallen op hulp van familie. 35% geeft aan zeker te kunnen terugvallen op hulp van mensen in de buurt. In Stichtse Vecht ligt het aandeel dat terug kan vallen op hulp van buurtgenoten hoger (46%), een toename van 10% ten opzichte van de vorige meting in 2015-2016.

Zorg van het sociale wijkteam

In de regio Utrecht heeft in 2016 3% van de groep 19-64 jarigen en 2% van de 65-plussers in het voorafgaande jaar contact gehad met een sociaal wijkteam. Naast 75-plussers maken ook 40-50 jarigen en volwassenen met een laag opleidingsniveau (7%) relatief veel gebruik van de sociale wijkteams. 65-plussers met weinig zelfmanagementvaardigheden maken meer gebruik van sociale wijkteams dan senioren met veel zelfmanagementvaardigheden. Ten opzichte van 2012 is in 2016 het risico op het krijgen van een angststoornis of depressie toegenomen voor de groep 65-plussers (van 3% naar 5%).5

Jongere-oudere zal in toekomst vaker mantelzorg moeten verrichten

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) schetst dat er momenteel ruim twee keer zoveel potentiële zorgverleners beschikbaar zijn voor elke 85-jarige dan over ruim 20 jaar. Wat betekent dit voor de praktische invulling van de zorg? PBL stelt dat er een grote kans is dat de ‘jongere-oudere’ (van 50-75 jaar) in de toekomst aan diverse taken meer tijd moet besteden; steeds langer moet blijven werken tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, meer vrijwilligerswerk moet verrichten en vaker zorgen voor de kleinkinderen als de ouders langer en vaker fulltime gaan werken. De jongere ouderen zullen dan vaker geconfronteerd worden met elkaar beconcurrerende vormen van tijdsbesteding waardoor het geven van mantelzorg als extra belastend kan worden ervaren en hierdoor in het gedrang kan gaan komen. Waar vorige generaties al met zestig jaar een stapje terug konden doen, zo stelt het PBL, zal aan de toekomstige, steeds langer doorwerkende zestigers hard worden getrokken.6

Méér ouderen in de toekomst en variatie in hun leefstijlen en zorgbehoeften

Er zullen in de toekomst méér ouderen komen, zo voorspelt het CBS, en deze vergrijzing zal vooral in kleinere gemeenten plaatsvinden. Naar verwachting zal in 2030 rond de 25% van de inwoners van een kleinere gemeente 65 jaar of ouder zijn, tegenover 15% in de grote steden. De ouderen vormen daarbij niet een homogene groep met dezelfde (leefstijl)wensen en verwachtingen. Het SCP stelt dat niet alleen wat betreft materiële bezittingen, maar ook wat betreft gezondheid en fysieke en cognitieve prestaties er grote verschillen zullen zijn wat betreft gender, etnische achtergrond en sociale klasse van de groep 75-plussers. Ook stelt zij dat de groep migranten in de ouderenzorg de komende jaren zowel absoluut als relatief toeneemt. Het aantal niet-westerse migranten boven de 65 jaar groeit naar verwachting van 78.000 personen in 2011 naar 520.000 in 2050. De voorspelling is dat hierdoor ook de zorgvraag zal veranderen; bij de zorg voor migrantenouderen zullen zich culturele verschillen openbaren in hulpvraag en -aanbod.7

65-plussers relatief minder beperkt door hulpmiddelen

Senioren (van 65 jaar of ouder) zijn volgens de GGD regio Utrecht in de periode 2012-2016 in afnemende mate beperkt geraakt op het gebied van zien, horen en mobiliteit. Dit heeft te maken met het feit dat er betere hulpmiddelen beschikbaar zijn gekomen zoals scootmobiels, gehoorapparaten en domotica. Met name onder de 75-plussers zijn beperkingen omtrent zien en mobiliteit sterk afgenomen.8

Toenemende druk op de burger

De samenleving krijgt op verschillende manieren te maken met toenemende druk. Het RIVM benoemt in haar toekomstverkenningen de toenemende ervaren prestatiedruk onder scholieren en studenten en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zoals de groeiende 24-uurseconomie en flexibilisering van arbeidsrelaties. Ook benoemt zij de druk die speelt voor mensen die werk, zorg voor de kinderen en mantelzorg moeten combineren.

De rol van groen bij het bevorderen van het geestelijk welzijn

Het zich verbonden kunnen voelen met ‘groen’ wordt door steeds meer wetenschappers9 gezien als een belangrijk ingrediënt van het geestelijke welzijn. Omgevingspsychologen grijpen daarbij onder andere terug op concepten als ‘mens-natuur-interacties’, ‘impact van de fysieke leefomgeving op het individu’ en de ‘onweerstaanbare aantrekkingskracht van de natuur op de mens’. Volgens de Gezondheidsraad (2017) helpt ‘groen’ ook bij herstel van stress en aandachtsmoeheid en zo bij het ontstaan van chronische stress. Chronische stress speelt een belangrijke rol in het ontstaan en beloop van ernstige, veel voorkomende lichamelijke en psychische aandoeningen en gezondheidsklachten. Volgens de GGD regio Utrecht heeft 4,8% van alle Utrechters tussen de 19 en 65 jaar een hoog risico op een angststoornis of depressieve klachten. Gemeenten Nieuwegein (7,9%), Vianen (voormalig) (7,8%) en Utrecht (7,2%) scoren relatief ongunstig. Gemeenten Wijk bij Duurstede (0,7%), Bunnik (1,2%) en Renswoude (2,3%) scoren relatief gunstig.
 

1   WRR (2017); Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid.
2   SCP, 2016. De toekomst tegemoet. Leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren in het Nederland van later.
3   WRR (2017); Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid.
4   PHAROS (2016); Laaggeletterdheid en beperkte gezondheidsvaardigheden.
5   GGD regio Utrecht (2017); Gezondheidsmonitor volwassenen en senioren 2016. Het verhaal achter de cijfers.
6   PBL (2018); Regionale ontwikkelingen in het aantal potentiële helpers van oudere ouderen 1975-2040.
7   SCP, 2016. De toekomst tegemoet. Leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren in het Nederland van later.
8   GGD regio Utrecht; Gezondheidsmonitor volwassenen en senioren 2016. Het verhaal achter de cijfers.
9   Zie bijvoorbeeld Bell, P. e.a. (2001), Environmental psychology. Berg, A. van den e.a. (2016). Why viewing nature is more fascinating and restorative than viewing buildings. Bezemer, M. (2018) Into Green.

 

Databank
 

In de databank vindt u onder andere de volgende indicatoren:

  • Inwoners met een zelfzorgend vermogen
  • Inwoners met een zelforganiserend vermogen
  • SKM score (sociale) weerbaarheid
  • Sociale weerbaarheid naar definitie ggdru 19-65 jaar
  • Sociale weerbaarheid naar definitie ggdru 65+
  • SKM totaalscore zelfredzaamheid
  • % is mantelzorger (min. 3 maanden en/of 8 uur per week) 19-65 jarigen
  • % is mantelzorger (min. 3 maanden en/of 8 uur per week) 65-plussers
  • Reden mantelzorg: lichamelijke beperking
  • Reden mantelzorg: psychische of psychiatrische ziekte
  • Reden mantelzorg: dementie
  • Reden mantelzorg: verstandelijke beperking
  • Reden mantelzorg: laatste levensfase

Meer weten?

U bent hier