Klimaatadaptatie

U bent hier

Klimaatadaptatie

Groen speelt ondersteunende rol bij klimaatadaptie

Maatschappelijke opgave

Hoe kunnen we de negatieve gevolgen van de klimaatverandering in de provincie zo veel mogelijk beperken door gebruik te maken van groen?

Dat het klimaat verandert in Nederland staat inmiddels vast. Volgens prognoses van het KNMI (zie kader) hebben we de komende dertig jaar in ieder geval te maken met temperatuurstijging, meer extreme neerslag en een stijgende zeespiegel. Deze veranderingen hebben consequenties voor ons leefklimaat, onze gezondheid en mogelijk ook onze veiligheid. Door nu al in te grijpen en onze leefomgeving ‘klimaatrobuust’ te maken, kunnen we volgens deskundigen proberen zoveel mogelijk schade te voorkomen.

 

Wat voorspelt het KNMI?

Voorspellingen zijn geprognotiseerd tot 2050 en 2085 met als uitgangspunt het klimaat in de periode 1981-2010. Bron: www.klimaatscenarios.nl.

  1. De temperatuur blijft stijgen.

  2. Zachte winters en hete zomers komen vaker voor.

  3. De neerslag en extreme neerslag in de winter nemen toe.

  4. De intensiteit van extreme regenbuien in de zomer neemt toe.

  5. Hagel en onweer worden heviger.

  6. De zeespiegel blijft stijgen.

  7. Het tempo van de zeespiegelstijging neemt toe.

  8. De veranderingen in de windsnelheid zijn klein.

  9. Het aantal dagen met mist neemt af en het zicht verbetert verder.

  10. De hoeveelheid zonnestraling nabij het aardoppervlak neemt licht toe.

 

 

Wat weten we over groen in relatie tot klimaatadaptie?

In het algemeen gaat klimaatadaptatie over de aanpak van wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingen. De gevolgen van klimaatverandering en de risico’s zijn niet overal in de provincie Utrecht hetzelfde. In een stad als Utrecht houden de opgaven bijvoorbeeld vooral verband met wateroverlast en hitte, terwijl andere gebieden in de provincie bijvoorbeeld vooral risico lopen bij hoogwater. Deskundigen schetsen de navolgende aandachtspunten voor de provincie Utrecht.

 

Gevolgen bij overstromingen

  • Overstromingen kunnen (afhankelijk van de ernst) leiden tot maatschappelijke ontwrichting, veiligheidsrisico’s,de uitbraak van infectieziekten en het vrijkomen van schadelijke stoffen. (Gezondheidsraad 2017).

  • Dijkdoorbraak. Volgens deskundigen is de kans klein dat bij hoge waterstanden in de rivier een dijk doorbreekt, maar als een Utrechtse dijk doorbreekt, bijvoorbeeld de Lekdijk, stroomt een groot gebied in het westelijke deel van de provincie onder water. (Zie kader en kaart)

  • Bij overstromingen kunnen energiecentrales en andere nutsvoorzieningen uitvallen, met als gevolg dat onder andere de toelevering van elektriciteit stil komt te liggen. Dit treft ook hoger gelegen gebieden in de provincie Utrecht omdat de energiecentrales inoverstroombare gebieden zijn gebouwd en daardoor niet meer functioneren.

 

Wanneer is er in de Utrechtse regio sprake van (dreigende) overstromingen?

  • Hoge waterstanden vanaf 14 meter boven NAP.

  • Doorbraak van een rivierdijk.

  • Vanaf windkracht 11 op het Eemmeer.

  • Bij zeer zware storm vanaf windkracht 11 op de Noordzee die meerdere dagen aanhoudt, in combinatie met springtij.

Bron: Veiligheidsregio Utrecht (2016). Overstromingsdreigingen in de regio Utrecht.

 

 

Gevolgen bij wateroverlast

  • Extreme regen kan leiden tot wateroverlast omdat stedelijke én landelijke gebieden en hun watersysteem onvoldoende zijn ingericht op het afvoeren of tijdelijk opvangen van grote hoeveelheden regen. Dit kan leiden tot grote schadeposten.
  • Extreme regenbuien kunnen zorgen voor een aantasting van de vitale stedelijke infrastructuur. Denk aan het onderlopen van viaducten en tunnels met als gevolg uitval van verkeersmobiliteit en onbereikbaarheid van voorzieningen en aan waterschade in gebouwen door afstromend hemelwater.

Gevolgen bij te langdurige droogte

  • Een lange periode van droogte leidt in stedelijk gebied tot grondwaterproblemen. Een groot probleem bij grondwaterdaling is dat de houten funderingen van gebouwen en woningen kunnen gaan verrotten. Deskundigen omschrijven dit als een ‘tikkende tijdbom’ als deze huisfunderingen ook nog eens in een bodemdalingsgevoelig gebied liggen.

  • Een lange periode van droogte leidt ook tot afname van de gewasopbrengst. In de provincie Utrecht gaat het bijvoorbeeld om de fruitteelt.

  • De provincie Utrecht heeft een belangrijke taak bij het doorvoeren van zoet water naar de rest van de Randstad. Bij teveel droogte komt deze functie in gevaar omdat er te weinig zoet water voorradig is.

  • Bij langdurige droogte kan er drinkwatertekort ontstaan of kan de vraag naar drinkwater het aanbod (winning van diep grondwater op de Utrechtse Heuvelrug) overstijgen.

  • Meer risico op bos- en heidebranden, onder andere op de Utrechtse Heuvelrug.

  • Tekort aan industrie(koel)water, beperkingen voor de scheepvaart door lage waterstand.

  • Vegetatie gaat zich op den duur aanpassenaan droogte; vooral vegetatiesoorten die droogteresistent zijn, zullen blijven groeien.

  • Droogte heeft een negatieve invloed op biodiversiteit.

 

Gevolgen bij te langdurige hitte

  • Door hitte en droogte wordt het oppervlaktewater sterk belast met ongunstige flora (blauwalgen, kroos, exotische planten).

  • Optreden van het ‘stedelijk hitte-eiland effect’ waarbij de stad veel meer warmte vasthoudt (door verstening) dan omliggende gebieden en ’s nachts onvoldoende afkoeling optreedt.

  • Het hitte-eiland effect zorgt niet alleen voor overlast in de vorm van veel warmte, het vergoot ook risico’s op gezondheidsproblemen en kan zorgen voor afname van arbeidsproductiviteit. Het RIVM stelt dat warmere zomers en meer hittegolven leiden tot meer voortijdige sterfte en meer ziekte bij met name kwetsbare groepen zoals ouderen, jonge kinderen, mensen met luchtwegaandoeningen en mensen met hart- en vaatziekten. Hinder van de warmte kan zich uiten in onder meer vermoeidheid, concentratieproblemen, huidaandoeningen en flauw- vallen en zelfs overlijden. Een periode van aanhoudende hitte leidt volgens het RIVM landelijk gemiddeld tot ongeveer 40 extra sterfgevallen per hittedag.

  • Door hitte en droogte ontstaat ook meer behoefte aan zwemwater, koele plekken en meer schaduw door groen. De druk op recreatieplassen wordt groter, zoals op het Henschotermeer en de Vinkeveense plassen. De verwachting is dat in de toekomst ook binnen gemeenten meer mogelijkheden voor waterrecreatie nodig zijn.

  • Hitte tast daarnaast ook infrastructurele netwerken aan door bijvoorbeeld het uitzetten van rails en bruggen.

Niet elk klimaatthema is even urgent in elke gemeente

Op dit moment zijn veel gemeenten al druk met het onderzoeken van de mogelijkheden om klimaatadaptief te handelen. Echter, voor de verschillende gemeenten geldt dat er uiteenlopende urgenties, kansen en mogelijkheden bestaan om in te spelen op klimaatthema’s. De inmiddels verplicht gestelde gemeentelijke ‘klimaatstresstesten’ bieden meer zicht op wat er voor iedere gemeente apart speelt.

Verschillen in bodem- en waterkapitaal per gemeente in kaart gebracht

Universitair kenniscentrum Telos heeft in 2017 voor alle gemeenten in Nederland in kaart gebracht over welk ecologisch kapitaal zij beschikken. De tabel (zie download special Groen in en om de Stad) laat zien wat de totaalscore is per gemeente voor het ecologische kapitaal, en hoe dit is opgebouwd uit (relatieve) kapitaalscores op het gebied van bodem2, water 3, afval en grondstoffen, energie, natuur en landschap4, hinder en calamiteiten en lucht. Hoge totaalscoorders op het gebied van ecologisch kapitaal zijn Wijk bij Duurstede (59,4), Houten (58,8) en Baarn (58,4). Lage scoorders zijn De Ronde Venen (48,1), Stichtse Vecht (50,0) en Woerden (50,6).

2. De voorraad ‘bodem’ is opgebouwd uit de indicatoren ‘humane spoedlocaties bodemsanering’, ‘spoedlocaties voorkoming van verspreiding’, ‘ecologischespoedlocaties’,verhardoppervlak,vermestingdoorstikstofenvermesting(depositieenmest)doorfosfaathoudendafval(mest).

3. De voorraad ‘water’ is opgebouwd uit de indicatoren ‘chemische toestand’, ‘ecologische kwaliteit’, ‘emissies stikstof’, ‘emissies fosfor’ en‘drinkwaterkwaliteit’.

4. De voorraad ‘natuur & landschap’ is samengesteld uit de indicatoren ‘openbaar groen’, ‘recreatief binnenwater’, ‘bos ennatuurlijkterrein’,‘soortenrijkdom’ en ‘rode lijst soorten’.

 

Aandachtspunten Utrechtse gemeenten ten aanzien klimaatadaptie

  1. Risico's hittestress, wateroverlast en droogte zijn onbekend.
  2. Capaciteits/expertise-gebrek met name bij kleinere gemeenten.
  3. Afdelingsoverstijgend intern draagvlak creëren.
  4. Externe samenwerking en (burger) betrokkenheid organiseren.
  5. Afwegen risico's tegen kosten.
  6. Politiek en bestuur verbinden.

Bron: NMU, een klimaatbestendige provincie Utrecht 2018 Inventarisatie onder 15 Utrechtse gemeenten.

 

Welke groenopgaven kunnen we benoemen?

Zorgen voor voldoende ‘waterbergingsgroen’ zowel binnen als buiten de stadsgrenzen

Voor ruimtelijke adaptatie speelt groen een belangrijke rol; voor de meeste problemen geldt dat ‘vergroenen’ één van de goede oplossingen is, of op zijn minst een gunstige voorwaarde daarvoor creëert. Een belangrijke functie van groen is het vermogen om (overtollig) water in de bodem vast te houden of op het dak, in geval van een groen dak (waterbergen). Publieke voorzieningen, nieuwe woningen, transformaties in de bestaande bouw; bij alle vernieuwing kan (sterker) rekening worden gehouden met voldoende vermogen tot waterberging. Daarnaast kan gelet worden op het ‘overstromingsveilig’ situeren van publieke voorzieningen.

 

Zorgen voor voldoende ‘schaduw- en verdampingsgroen’

Ook hittestress kan worden tegengegaan met voldoende groene voorzieningen. Groen beperkt de gevolgen doordat het verkoeling geeft in de vorm van schaduw en verdamping.

 

Zorgen voor een integrale aanpak klimaatbeleid

Deskundigen zien graag dat gemeenten, regionale partners, ontwikkelaars, duurzaamheidsdeskundigen elkaar opzoeken om de regio, de stad, de openbare ruimte, woningen, publieke voorzieningen klimaatbestendig te maken. Ook pleiten zij voor het laten uitvoeren van een gemeentelijke klimaatstresstest om binnen de gemeente meer binding te creëren met klimaatvraagstukken in het hele fysieke domein. Hier doelen zij op zogenaamde ‘meekoppelkansen’ ten aanzien van groen, water en ruimtelijke ordening.

 

Toekomst- en preventiegericht handelen

Voor gemeenten geldt dat zij zich wettelijk te houden hebben aan een aantal sets basisnormen die de veiligheid moeten borgen bij overstroming en wateroverlast. Deskundige partijen op het gebied van klimaatadaptatie pleiten echter voor een rol van gemeenten die verder strekt dan het zich houden aan deze basisnormen omdat klimaatverandering de eerder bedachte risico’s dreigt te gaan overstijgen.

 

Bevorderen van klimaatadaptief handelen op microniveau

Niet alleen gemeentelijke organisaties en regionale partijen zijn aan zet bij klimaatadaptief handelen, ook inwoners kunnen belangrijke bijdragen leveren. Zij kunnen bijvoorbeeld zorgen voor voldoende groen in de eigen tuin, duurzamer (leren) omgaan met water en groene daken aanleggen op bijvoorbeeld huisjes of schuren in de tuin.

U bent hier