Inkomen en armoede

U bent hier

Inkomen en armoede

Armoede; waar hebben we het over?

Voor armoede gaat het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP)1 uit van het niet-veel-maar-toereikend budget (NIBUD): voor een alleenstaande € 1.135 per maand, voor een paar zonder kinderen € 1.555 per maand. In het budget wordt dan rekening gehouden met sociale activiteiten zoals op verjaardagsbezoek gaan en sporten. Een auto of vakantie horen er niet bij. De meest recente cijfers uit 2016 laten zien dat er in Nederland iets meer dan 930.000 mensen een inkomen hebben onder deze armoedegrens; dit is 6% van de bevolking. Bijna tweederde van de arme mensen is al minstens drie jaar arm. Van de kinderen tot 12 jaar met een niet-westerse migratieachtergrond leeft 25% in armoede. Een derde van de mensen die in armoede leeft heeft betaald werk (235.000). Hoewel de armoede is gedaald sinds 2013, zijn de tekorten die arme huishoudens hebben, toegenomen. Er zijn dus minder arme huishoudens, maar deze huishoudens zijn wel armer.

Armoede onder kinderen komt in alle lagen voor

Het Sociaal Cultureel Planbureau (2018) stelt dat ongeacht de toegenomen gunstige economische omstandigheden, nog steeds enkele honderdduizenden kinderen in Nederland te maken hebben met armoede. Armoede onder kinderen speelt niet alleen bij kinderen uit bijstandsgezinnen, grotere eenoudergezinnen en/of gezinnen met een niet-westerse achtergrond, maar ook onder autochtoon-Nederlandse gezinnen, tweeoudergezinnen en gezinnen waarin beide ouders betaald werk hebben. Het armoederisico is in deze laatste drie groepen wel kleiner dan in de eerstgenoemde, door de groepsomvang gaat het volgens het SCP in totaal toch om een fors aantal. Een van de risico’s is dat kinderen die in armoede opgroeien, op een lager onderwijsniveau blijven steken en daardoor meer risico lopen om als volwassene opnieuw in armoede te verkeren.2 

Percentage huishoudens "werkenden met een kleine beurs" per gemeente (2014)

Aandeel huishoudens met risicovolle schulden 2012-2016

 19-65 jr 2012201665+ jr 20122016
Amersfoort0,17%3%2%
Baarn7%5%3%1%
Bunnik8%3%0%2%
Bunschoten6%3%0%1%
De Bilt7%5%3%1%
De Ronde Venen7%5%4%1%
Eemnes7%5%3%3%
Houten6%3%3%1%
IJsselstein7%6%3%2%
Leusden6%4%1%1%
Lopik5%2%2%1%
Montfoort5%4%1%2%
Nieuwegein7%6%3%1%
Oudewater5%5%4%1%
Renswoude7%3%1%1%
Rhenen9%5%1%1%
Soest7%6%4%2%
Stichtse Vecht8%6%2%1%
Utrechtse Heuvelrug10%5%3%1%
Veenendaal9%5%4%2%
Vianen8%7%4%2%
Wijk bij Duurstede7%5%2%2%
Woerden7%4%1%2%
Woudenberg6%3%1%2%
Zeist9%6%3%1%

Bron: GGD Midden-Nederland.

11% van de 65plussers in de provincie Utrecht heeft moeite met rondkomen

Volgens onderzoek van de GGD regio Utrecht heeft 18% van de volwassenen en 11% van de senioren (65+) in de provincie moeite met rondkomen. Bij mensen met een niet-westerse migratieachtergrond of een laag opleidingsniveau ligt dit percentage hoger; 4 op de 10. De groep 50-54 jarigen heeft het vaakst moeite met rondkomen. Deze financiële problemen (niet kunnen rondkomen) komen veel voor bij volwassenen die beperkt zijn door ziekte en bij volwassenen die maatschappelijk inactief zijn.3 Kijken we naar het aandeel huishoudens met risicovolle schulden dan zien we dat dit er relatief veel zijn (7%) in de gemeenten Amersfoort en (voormalig) Vianen, en relatief weinig in Lopik (2%).4

Financiële redzaamheid inwoners U10-gemeenten*

 20162018
De Bilt7,27,4
Bunnik7,68
Houten7,67,6
IJsselstein7,27,5
Nieuwegein7,37,4
Stichtse Vecht7,17,5
Utrecht7,47,6
Vianen (voormalig)-7,4
Woerden7,57,7
Zeist7,27,4
U10 gemiddeld7,37,5

Bron: Dimensus (2018)
* Betreft scorecijfers, berekend aan de hand van uitkomsten op verschillende deelvragen.

Relatie financiële problemen, licht verstandelijke beperking en laaggeletterdheid

In een rapport van de Hogeschool Utrecht (2018) wordt ingegaan op de relatie tussen het hebben van een licht verstandelijke beperking (LVB) en het hebben van schulden en werk.5 De kenmerken van iemand met een LVB kunnen een belemmering vormen om aan het werk te gaan en te blijven en financieel zelfredzaam te blijven. Wat vaker bij mensen met een LVB wordt gezien is: onvoldoende kunnen overzien van risico’s en consequenties van het eigen handelen, financieel misbruik door kwetsbaarheid en niet kunnen voldoen aan hoge bureaucratische eisen die gesteld worden aan mensen om bijvoorbeeld gebruik te maken van voorzieningen. Terwijl sommige voorzieningen juist kunnen voorkomen dat zij in financiële problemen terechtkomen, zoals speciale toeslagen. In het rapport van de HU zijn aanbevelingen opgenomen om financiële problemen bij mensen met een LVB te voorkomen. Bijvoorbeeld meer aansluiting zoeken bij de mogelijkheden van mensen met een LVB, waarbij gebruik gemaakt kan worden van de expertise van het landelijk kenniscentrum LVB. Ander onderzoek (Keizer 2018) geeft aan dat laaggeletterdheid veel vaker voorkomt onder mensen met financiële problemen dan onder Nederlandse inwoners gemiddeld.6 

RVS: Meer ontzorging nodig voor mensen die (bijna) schulden hebben

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) (2017), stelt dat een samenloop van omstandigheden de kans vergroot voor bepaalde mensen om schulden te krijgen, dan wel te maken te krijgen met een escalatie van kleine schulden. Het gaat om omstandigheden als het hebben van weinig opleiding, weinig inkomen, een gemis aan vaardigheden of ‘doenvermogen’, gecombineerd met ingewikkelde inkomensvoorzieningen. Schuldenaren komen vanuit die omstandigheden volgens de Raad snel in een fuik terecht waarin financiële problemen alleen maar groter worden. De Raad stelt drie oplossingsrichtingen voor: 

  1. Technisch ontzorgen: vereenvoudigen van ingewikkelde systemen en regels van de overheid. 
  2. Sociaal ontzorgen: ondersteunen van mensen bij hun financiële huishouding. 
  3. Meer verantwoordelijkheid neerleggen bij (potentiële) schuldeisers, bijvoorbeeld door middel van zorgplicht.7

Nieuwe groep armen in kaart gebracht: werkenden met een kleine beurs

Het CBS heeft samen met het Verwey Jonker Instituut, onderzoek uitgevoerd naar ‘werkenden met een kleine beurs’ (ook wel minimumplussers genoemd). Het gaat hierbij om een groep huishoudens die net boven (10%) het wettelijk sociaal minimum leven. Het blijkt in deze groep relatief vaak te gaan om meerpersoonshuishoudens met kinderen, waarbij de hoofdkostwinner ouder is dan 60 jaar, geen uitkering ontvangt, een Nederlandse achtergrond heeft, een flexibele baan, middelbaar of hoger is opgeleid en man is. Onderzoekers stelden daarbij vier typen profielen op: personen in de schuldsanering en/of met loonbeslag, flexwerkers (ZZP’ers en mensen met nulurencontracten), 50-plussers en alleenstaande ouders. Aandachtspunten voor gemeenten zijn:

  • Het feit dat deze groep vaker schulden hebben, kan mede veroorzaakt worden doordat men niet in aanmerking komt voor ondersteunende gemeentelijke regelingen.
  • Scheiding kan een grote impact hebben voor de financiële situatie van beide partijen.
  • 50-plussers vormen een extra kwetsbare groep op het moment dat zij hun baan verliezen. Zij kunnen gebaat zijn bij extra begeleiding in het vinden van werk of omscholing.
  • Ook ZZP’ers hebben het volgens de onderzoekers vaak moeilijk omdat zij te maken hebben met wisselende inkomsten. Voor hen zou gekeken kunnen worden naar mogelijkheden om een uitkering langer te laten doorlopen zodat mensen langer de tijd hebben om een eigen bedrijf op te starten.8

Aandeel minimumplus-huishoudens in provincie Utrecht tussen 5 en 10%

Kijken we naar het aandeel minimumplushuishoudens in de provincie Utrecht (werkenden met een inkomen tot 110% van het wettelijk sociaal minimum), dan zien we dat de percentages tussen de 5% en 10% liggen. Relatief weinig minimumplussers zijn er in de gemeenten Bunnik, Houten en Leusden (5%). Relatief veel minimumplushuishoudens zijn te vinden in Rhenen, Veenendaal en (het voormalige) Leerdam (10%).9

Nieuwe meting van sociale kracht in Utrechtse Regio; toename financiële redzaamheid

In 2018 is een nieuwe meting gehouden op het gebied van sociale kracht in de 10 Utrechtse regiogemeenten. Wat betreft totaalscores op de verschillende onderwerpen kwamen de uitkomsten sterk overeen met die uit 2016. Een belangrijk verschil ten opzichte van 2017 is echter de toename van de financiële redzaamheid met 0,2 scorepunten van 7,3 naar 7,5. Binnen de U10 gemeenten is de financiële zelfredzaamheid in 2018 relatief hoog in Bunnik (score 8) en Woerden (score 7,7). Een relatief lage score (7,4) is er in de gemeenten De Bilt, Nieuwegein en Zeist.10
 

1   SCP (2018); Armoede in kaart.
2   SCP (2017); Armoede onder kinderen. Een probleemschets.
3   GGD regio Utrecht (2017); Gezondheidsmonitor volwassenen en senioren 2016. Het verhaal achter de cijfers.
4   Bron: GGD regio Utrecht. Cijfers betreffen 2016. 
5   HU e.a. (2018); LVB, schulden en werk. Verkenning van de ondersteuningsbehoefte van mensen met een licht verstandelijke beperking bij de aanpak van financiële problemen ter bevordering van hun arbeidsmarktparticipatie.
6   Keizer, M. (2018); Lezen is niet begrijpen. Onderzoek naar leesvaardigheid onder mensen met financiële problemen.
7   Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) (2017); Eenvoud loont. Oplossingen om schulden te voorkomen.
8   CBS/Verwey Jonker Instituut (2018); Ondersteunen van werkenden met een kleine beurs. Tien vragen en antwoorden voor bestuurders en beleidsmakers van gemeenten. / CBS (2018); Werkenden met een kleine beurs. Paper. 
9   CBS (2018); Werkenden met een kleine beurs. Paper.
10   Bron: Dimensus (2018).

Databank

In de databank vindt u ondere andere de indicatoren:

  • Totaal gewerkte uren 15-64T
  • Totaal gewerkte uren 15-64 mannen
  • Totaal gewerkte uren 15-64 vrouwen
  • Totaal gewerkte uren 15-24
  • Totaal gewerkte uren 15-24 mannen
  • Totaal gewerkte uren 15-24 vrouwen
  • % inw dat niet rond kan komen 19-65
  • % huishoudens met inkomen tot 105% van sociaal minimum
  • % huishoudens met inkomen tot 120% van sociaal minimum
  • % huishoudens met huurtoeslag
  • % huishoudens met inkomen uit loon/zelfstandige
  • % huishoudens met inkomen uit pensioen
  • % huishoudens met uitkering uit arbeidsongeschiktheid
  • % huishoudens met uitkering uit werkloosheid/bijstand
  • % minderjarige kinderen opgroeiend in huishouden met inkomen tot 105% van sociaal minimum
  • Gemiddelde besteedbare huishoudinkomen
  • Totaalscore financiële zelfredzaamheid op basis van opleiding, eigendomsverhouding en rondkomen
  • Risicovolle schulden 19-65 jaar
  • Risicovolle schulden 65+

Meer weten?

U bent hier