Percentage bekende hernieuwbare energie
In 2022 gemiddeld 15% van energie uit vernieuwbare bron
Hernieuwbare energie is in de definitie van het CBS energie die afkomstig is van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld. Bijvoorbeeld energie uit wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa. Fossiele energie en kernenergie vallen niet onder hernieuwbare energie, omdat deze afkomstig zijn uit bronnen die niet worden aangevuld.
In de periode 2010-2022 is het percentage bekende hernieuwbare energie in Nederland toegenomen van 3,8% naar 14,6%.
In 2022 is het aandeel hernieuwbare energie in de provincie Flevoland het hoogst (40,5%), die in Limburg het laagst (6,0%). Over de provincies Groningen en Drenthe zijn (nog) geen gegevens bekend. Voor de provincie Utrecht geldt dat er in 2022 sprake was van 9,2% bekende hernieuwbare energie.
Op gemeenteniveau bezien, is er binnen de provincie Utrecht sprake van een relatief hoog aandeel hernieuwbare energie in de gemeenten Utrecht (16,2%), Lopik (14,3%) en Montfoort (14,2%). Een relatief laag aandeel hernieuwbare energie is in 2022 opgewekt in de gemeenten Baarn (6,3%) en Zeist (6,4%).
Conclusies in relatie tot brede welvaart
Trendscore: gunstig (+)
Positie provincie Utrecht ten opzichte van Nederland gemiddeld: (-) (ongunstig)
Totaal bekende uitstoot koolstofdioxide
CO2-uitstoot in 10 jaar in Nederland met 28% gedaald
Om klimaatverandering tegen te gaan, is het noodzakelijk om de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) sterk te verminderen. Een belangrijk deel van de CO2-uitstoot vindt plaats door het gebruik van fossiele brandstoffen ten behoeve van auto’s en vliegtuigen. In de periode 2010-2022 is de bekende CO2-uitstoot in heel Nederland gedaald van 140 miljoen ton naar 99 miljoen ton.
De CO2-uitstoot verschilt sterk per provincie. In 2021 is er met name veel CO2 uitgestoten in de provincie Zuid-Holland (26 miljoen ton) en relatief weinig in Flevoland (2 miljoen ton). In de provincie Utrecht is in 2021 is 6 miljoen ton uitgestoten. Voor de provincies Groningen en Drenthe zijn hier (nog) geen gegevens over bekend.
Uitgesplitst naar gemeenten binnen de provincie Utrecht zien we in 2022 dat de meeste CO2-uitstoot heeft plaatsgevonden in de gemeente Utrecht (1,3 miljoen ton) en de minste in de gemeente Renswoude (0,03 miljoen ton).
Conclusies in relatie tot brede welvaart
Trendscore: gunstig (+)
Positie provincie Utrecht ten opzichte van Nederland gemiddeld: (+/-) niet gunstig, niet ongunstig
Blootstelling aan fijnstof
Blootstelling aan fijnstof in de provincie Utrecht bovengemiddeld groot
Fijnstof is de verzamelnaam voor stofdeeltjes in de lucht en wordt aangeduid met de letters PM (Particulate Matter) in combinatie met de grootte van de stofdeeltjes, uitgedrukt in micrometer (µm). De blootstelling in Nederland aan PM10 is in de periode 2012-2020 teruggelopen van 21,6 microgram per kubieke meter, naar 15,9 microgram per kubieke meter. Tussen 2020 en 2021 was er sprake van een lichte stijging naar 16,4 microgram per kubieke meter.
In 2021 was de blootstelling aan PM10 relatief het grootst in de provincies Zuid-Holland (17,3 µg/m3), Utrecht en Noord-Brabant (17,2 µg/m3). Relatief het laagst was de blootstelling aan PM10 in de provincie Fryslân (13,1 µg/m3).
Uitgesplitst naar gemeenten binnen de provincie Utrecht, is in 2021 de blootstelling aan PM10 het grootst geweest in de gemeente Utrecht (18,2 µg/m3) en het meest gering in de gemeente Eemnes (16,1 µg/m3).
Conclusies in relatie tot brede welvaart
Trendscore: ongunstig (-) op korte termijn bezien, gunstig op langere termijn bezien.
Positie provincie Utrecht ten opzichte van Nederland gemiddeld: ongunstig (-)
Blootstelling aan stikstofdioxide in de lucht
Blootstelling aan stikstofdioxide in provincie Utrecht bovengemiddeld groot
Een te hoge concentratie stikstofdioxide (NO2) in de lucht is een vorm van milieuverontreiniging die rechtstreeks schadelijk kan zijn voor de gezondheid van de mens, flora en fauna. In de periode 2012-2021 is de blootstelling aan stikstofdioxide in Nederland afgenomen van 22,1 microgram per kubieke meter, naar 14,2 microgram per kubieke meter. Tussen 2020 en 2021 was er sprake van zeer geringe afname, van 14,3 naar 14,2 microgram per kubieke meter.
In 2021 is de blootstelling aan stikstofdioxide het grootst geweest in de provincies Zuid-Holland (18,8 µg/m3) en Utrecht (15,4 µg/m3). Het meest gering was de uitstoot in dat jaar in de provincie Fryslân (7,6 µg/m3).
Binnen de provincie Utrecht was de blootstelling aan stikstofdioxide in 2021 het grootst in de gemeenten Utrecht (18,9 µg/m3) en Nieuwegein (18,8 µg/m3). Relatief het geringst was de uitstoot in Bunschoten (11,2 µg/m3) en Renswoude (11,7 µg/m3).
Conclusies in relatie tot brede welvaart
Trendscore: gunstig (+)
Positie provincie Utrecht ten opzichte van Nederland gemiddeld: ongunstig (-)
Omvang huishoudelijk afval
Restafval per inwoner op gemiddeld niveau in de provincie Utrecht
Bij restafval gaat het om huishoudelijk afval dat niet gescheiden is opgehaald. Het aandeel restafval is in heel Nederland in de periode 2012-2022 verminderd van 219 kg per inwoner, naar 148 kg per inwoner.
Voor de provincies afzonderlijk geldt dat in 2022 relatief het meeste restafval opgehaald is in de provincies Zuid-Holland (195 kg/inw) en Noord-Holland (192 kg/inw). Het minste restafval werd opgehaald in de provincies Gelderland (95 kg/inw) en Overijssel (96 kg/inw). In de provincie Utrecht (156 kg/inw) is het aandeel opgehaald restafval bijna gelijk aan het Nederlands gemiddelde (148 kg/inw).
Voor de gemeenten in de provincie Utrecht geldt in 2021 dat er het meeste restafval is opgehaald in Nieuwegein (222 kg/inw) en Vijfheerenlanden (219 kg/inw). Het minste restafval is opgehaald in Bunschoten (37 kg/inw) en Leusden (64 kg/inw).
Conclusies in relatie tot brede welvaart
Trendscore: gunstig
Positie provincie Utrecht ten opzichte van Nederland gemiddeld: Niet gunstig, niet ongunstig (+/-)
Aandeel woningen met energielabel C of beter
Aandeel woningen met energielabel C of gunstiger in provincie Utrecht net bovengemiddeld
Energielabels die aan woningen worden gekoppeld kunnen variëren tussen A++++ en G, waarbij de laatste het meest ongunstig is. Het aandeel woningen met een energielabel C of gunstiger (B, A, A+ en verder), is in heel Nederland in de periode 2019-2023 gestegen van 67,3% naar 73,7%. Overigens hebben nog niet alle woningen in Nederland een (geldig) energielabel. In 2023 is aan 61% van alle woningen een energielabel gekoppeld.
Flevoland is de provincie met het hoogste aandeel woningen met een energielabel C of gunstiger. In 2023 gaat het om 92,9%. De provincie Limburg heeft relatief het minste aantal woningen met een gunstig label (67,9%). Voor de provincie Utrecht geldt in 2023 dat 76% van de woningen een energielabel C of beter heeft. Hier is in 2023 59,9% voorzien van een geldig energielabel.
Binnen de provincie Utrecht hebben gemeenten Houten (93,4%) en Renswoude (89,3%) het grootste aandeel woningen met een energielabel C of gunstiger. Het meest geringe aandeel is er in 2023 in de gemeenten Zeist (61,6%) en Baarn (62,5%).
Conclusies in relatie tot brede welvaart
Trendscore: gunstig (+)
Positie provincie Utrecht ten opzichte van Nederland gemiddeld: gunstig (+)
Biologische waterkwaliteit
Biologische waterkwaliteit provincie Utrecht onder landelijk gemiddelde
Voor het bepalen van de waterkwaliteit worden de Europese wettelijke normen van de Kader Richtlijn Water (KRW) aangehouden. Er wordt binnen de KRW gekeken naar zowel ecologische aspecten van water (waaronder de biologische kwaliteit) als naar chemische aspecten (verontreinigende stoffen). In de provincie Utrecht zijn 60 KRW-waterlichamen aangewezen waarop gemeten wordt.
De biologische kwaliteit van water wordt beoordeeld op basis van het voorkomen van vissen, macrofauna, waterplanten en algen. In de periode 2017-2023 wordt 10% van de biologische waterkwaliteit in de provincie Utrecht als ‘goed’ aangemerkt en daarmee passend binnen de KRW-normen. Voor heel Nederland gaat het om 14%. Er wordt in de provincie Utrecht onder andere gezien dat nutriënten in met name de landbouwgebieden in te hoge concentraties voorkomen.
Conclusies in relatie tot brede welvaart
Trendscore landelijk: ?
Positie provincie Utrecht ten opzichte van Nederland gemiddeld: ongunstig (-)
Afstand tot openbaar groen
Gemiddelde afstand tot openbaar groen in provincie Utrecht 0,4 kilometer
In Nederland gemiddeld is in 2017 de afstand tot openbaar groen een halve kilometer. Het gaat hierbij om de gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde openbaar groen, berekend over de weg. Onder openbaar groen wordt het terrein (van minimaal 1 hectare) verstaan dat in gebruik is als park of plantsoen voor dagrecreatie, natuur of als bos. In 2008 was de gemiddelde afstand tot openbaar groen nog 0,6 kilometer. Er is dus sprake van een gunstige trend.
Binnen de provincie Utrecht is de gemiddelde afstand tot openbaar groen in 2017 gunstiger dan landelijk gemiddeld, namelijk 0,4 kilometer. Relatief groot is de afstand tot openbaar groen in de gemeenten Lopik (1,3 km) en Oudewater (0,9 km). In acht gemeenten is de gemiddelde afstand tot openbaar groen relatief klein te noemen (0,3 km) zoals in Baarn en Houten.
Conclusies in relatie tot brede welvaart
Trendscore: gunstig (+)
Positie provincie Utrecht ten opzichte van Nederland gemiddeld: gunstig (+)