Modal split

You are here

Modal split

De bereikbaarheid van een regio hangt onder andere af van de mate waarin reizigers gebruik kunnen maken van de aanwezige infrastructuur voor de verschillende vervoersmodaliteiten. De keuze voor een bepaald vervoermiddel hangt sterk af van de reisafstand, maar ook de kwaliteit van de vervoersnetwerken heeft hier invloed op. In de provincie Utrecht wordt ongeveer de helft van het aantal verplaatsingen lopend of op de (brom-)fiets gedaan worden. Het aandeel in kilometers is echter een stuk kleiner. Voor verreweg de meeste kilometers wordt de auto gebruikt. Hiermee verschilt de provincie Utrecht weinig van het Nederlandse gemiddelde.(i)

 

Driekwart afgelegde kilometers in de provincie per auto

Bijna de helft van alle verplaatsingen in de provincie Utrecht wordt lopend of op de (brom-)fiets gedaan. Een iets kleiner deel gebeurt daarnaast met de auto, en het kleinste gedeelte gaat het met het openbaar vervoer (5,6%). Kijkend naar het aantal kilometers dat afgelegd wordt is er echter een heel ander plaatje zichtbaar. Van alle afgelegde kilometers wordt driekwart met de auto gedaan, en nog maar 11%met de fiets of lopend. Het openbaar vervoer gebruik is gestegen naar 14%. Voor een reis met een korte afstand wordt dus vaak de fiets gepakt of lopen mensen. Bij langere afstanden wordt er overgestapt op de auto of het openbaar vervoer.

Provincie Utrecht: relatief minder autogebruik en meer openbaar vervoer

In vergelijking met Nederland worden er in de provincie Utrecht gemiddeld minder kilometers afgelegd met de auto, en meer met het openbaar vervoer. Ditzelfde geldt voor Noord- en Zuid-Holland. Door de hoge dichtheid van inwoners in de Randstad, is er volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een hoger voorzieningenniveau en een uitgebreider banenaanbod.(ii) Hierdoor is er een grote doelgroep dat gebruik kan maken van het openbaar vervoer en wordt de kwaliteit van de vervoersnetwerken beter.

Mobiliteitsgroei: ontwikkeling met twee gezichten

Door de groei van bevolking en economie is sprake van mobiliteitsgroei van alle modaliteiten. Uit onderzoek blijkt dat in de ochtend- en avondspits samen bijna 6.000 van de in totaal 138.000 ritten meer dan 50% vertraging heeft.(iii) In de economische kerngebieden ligt dit cijfer nog hoger. De algehele filedruk in Nederland neemt toe; in 2015 met 20% en in 2016 met 12%, in de regio Utrecht in 2015 zelfs met 35%.(iv) Volgens de Verkeersinformatiedienst was er in Nederland in 2016 11,3% meer file dan in 2015. Toenemende mobiliteit heeft naast positieve gevolgen ook nadelige effecten op de gezondheid en op de aantrekkelijkheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Door de toenemende mobiliteit komt de bereikbaarheid van onder andere de economische centra onder druk te staan. Om dit te voorkomen is het van belang alle vervoersmodaliteiten zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen, zodat er maximale doorstromingskansen voor iedereen ontstaan.

Mobiliteit binnen de stad vraagt toenemende afstemming

Niet alleen de mobiliteit in de stedelijke regio’s vraagt in toenemende mate om sturing en afstemming waar het de diverse modaliteiten betreft, dit geldt ook voor alle mobiliteit binnen de stadsgrenzen. Het binnenstedelijk deel van een deur-tot-deur reis is kwetsbaar omdat in het stedelijk gebied alles samenkomt; fietsverkeer, OV, autoverkeer, vrachtverkeer met laden en lossen, parkeren voor auto en fiets en voetgangers. De toenemende drukte heeft consequenties voor de verkeersveiligheid, de betrouwbaarheid van reistijden (onder andere van openbaar vervoer) en de kwaliteit van de openbare ruimte. Het voor- en natransport (first & last mile) is in toenemende mate de zwakste schakel van de deur-tot-deur reis.

 

Modal split: gemiddeld aantal per persoon per jaar (in %) 2015 

 

Aantal
verplaatsingen
Auto

Aantal
verplaatsingen
OV

Aantal
verplaatsingen
 (Brom-)fiets
& lopen

Aantal kilometers
Auto

Aantal kilometers
OV

Aantal kilometers
 (Brom-)
fiets
& lopen

Groningen

47,5%

0,0%

52,5%

84,7%

0,0%

15,3%

Friesland

49,0%

0,0%

51%

87,4%

0,0%

12,6%

Drenthe

55,1%

0,0%

44,9%

89,4%

0,0%

10,7%

Overijssel

48,4%

1,9%

49,7%

77,5%

9,1%

13,4%

Flevoland

54,9%

0,0%

45,1%

91,9%

0,0%

8%

Gelderland

49,7%

3,9%

46,3%

77,4%

11,5%

11%

Utrecht

45,2%

5,6%

49,2%

74,0%

14,0%

12%

Noord-Holland

40,6%

8,0%

51,5%

68,9%

16,8%

14,3%

Zuid-Holland

44,9%

7,7%

47,4%

73,3%

14,2%

12,5%

Zeeland

51,1%

0,0%

48,9%

85,2%

0,0%

14,9%

Noord-Brabant

52,7%

3,1%

44,2%

78,3%

10,25

11,5%

Limburg

56,7%

2,0%

41,3%

78,5%

10,8%

10,7%

Nederland

47,2%

5,3%

47,5%

75,1%

12,5%

12,4%

Bron: CBS

(i) Bron: CBS Staline.
(ii) Bron: PBL, 2016, Kansrijk mobiliteitsbeleid.
(iii) Bron: Bereikbaarheidsanalyse Beter Benutten Vervolg Midden Nederland.
(iv) Bron: http://www.anwb.nl/ (nieuwsberichten).

Informatie over databank

Naar de databank

In de databank vindt u ondere andere de indicatoren:

  • afgelegde kilometers per jaar per persoon totaal / auto absoluut + relatief / fiets absoluut + relatief / lopend absoluut + relatief /OV absoluut + relatief
  • verplaatsingen  per jaar per persoon  totaal / auto absoluut + relatief / fiets absoluut + relatief / lopend absoluut + relatief /OV absoluut + relatief

Meer weten?

You are here