(Mantel)zorg & zelfredzaamheid

You are here

(Mantel)zorg & zelfredzaamheid

De vraag hóe zorg geregeld wordt, is in het afgelopen decennium steeds meer in de aandacht komen te staan. Het gaat met name om de kwestie welk deel van de zorg door externen kan of moet worden geleverd en het deel dat mantelzorgers, vrienden, buren of familie kunnen bieden. In deze discussie is het begrip ‘zelfredzaamheid’ van steeds grotere betekenis geworden; hoe kunnen mensen, ook als zij met beperkingen te maken hebben, zoveel mogelijk zelf blijven doen?

 

Méér ouderen in de toekomst en variatie in hun leefstijlen en zorgbehoeften

Er zullen in de toekomst méér ouderen komen, zo voorspelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), en deze vergrijzing zal vooral in kleinere gemeenten plaatsvinden. Naar verwachting zal in 2030 rond de 25% van de inwoners van een kleinere gemeente 65 jaar of ouder zijn, tegenover 15% in de grote steden. De ouderen vormen daarbij niet een homogene groep met dezelfde (leefstijl)wensen en verwachtingen. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) stelt dat niet alleen wat betreft materiële bezittingen, maar ook wat betreft gezondheid en fysieke en cognitieve prestaties er grote verschillen zullen zijn wat betreft gender, etnische achtergrond en sociale klasse van de groep 75-plussers. Ook stelt zij dat de groep migranten in de ouderenzorg de komende jaren zowel absoluut als relatief toeneemt. Het aantal niet-westerse migranten boven de 65 jaar groeit naar verwachting van 78.000 personen in 2011 naar 520.000 in 2050. De voorspelling is dat hierdoor ook de zorgvraag zal veranderen; bij de zorg voor migrantenouderen zullen zich culturele verschillen openbaren in hulpvraag en –aanbod.(i)

Relatief veel mantelzorgers in Baarn, De Ronde Venen en Nieuwegein

Gemiddeld in heel Nederland is 12,1% van de volwassen bevolking een mantelzorger. Binnen de provincie Utrecht doen zich hier nogal wat verschillen voor. Relatief veel mantelzorgers zijn er in Baarn (19%), De Ronde Venen (17%) en Nieuwegein (17%). Relatief weinig mantelzorgers zijn er in Amersfoort en Zeist (11%).

Totaalscore op zelfzorgend vermogen laat weinig verschil zien tussen U10 gemeenten

In de Sociale Kracht Monitor van de U10 is onderzocht welke verschillen zich voordoen op het gebied van zelfzorgend vermogen van inwoners tussen de afzonderlijke gemeenten. Het zelfzorgend vermogen wordt in dit onderzoek opgevat als een maat voor het wel/niet ondervinden van problemen bij het uitvoeren van huishoudelijke en administratieve taken, opvoeden, aangaan van sociale contacten en gezondheid. Over het algemeen liggen de uitkomsten van deze maat in deze 10 gemeenten vrij dicht bij elkaar. Achterliggende analyse laat zien dat alleen waar het het subonderwerp ‘de opvoeding van kinderen’ betreft, er zich relatief grote onderlinge verschillen voordoen tussen enerzijds de gemeenten Woerden en IJsselstein (weinig problematiek) en anderzijds de gemeente Utrecht (meer problematiek).(ii)

U10: Inwoners gemeente Houten scoren relatief ongunstig op makkelijk regelen van hulp

Kijken we naar de totaalscore zelfredzaamheid, zoals ontwikkeld in de Sociale Kracht Monitor van de U10, dan zien we ook hier in zijn algemeenheid weinig variatie in de scores van de gemeenten onderling (variërend tussen 8,2 en 8,4). Voor deze scores zijn een aantal afzonderlijke indicator-maten bij elkaar genomen, namelijk die van zelfzorgend vermogen, zelforganiserend vermogen en (mentale) weerbaarheid. Achterliggende analyses brengen echter een paar opvallende verschilpunten aan het licht tussen de gemeenten onderling: In De Bilt wordt opvallen ongunstig gescoord op de subindicator ‘zeker kunnen terugvallen op hulp van familie’ (68%, ten opzichte van 75% gemiddeld voor de U10). In de gemeente Houten scoort men opvallend ongunstig waar het ‘gemakkelijk de omgeving kunnen inschakelen’ betreft (34%, ten opzichte van 62% gemiddeld voor de U10) én wat betreft gemakkelijk zelf hulp kunnen regelen (51% ten opzichte van 75% gemiddeld). De gemeente Utrecht scoort tenslotte opvallend gunstig waar het ‘zeker kunnen terugvallen op hulp van vrienden/kennissen betreft’ (75%, ten opzichte van 64% gemiddeld voor de U10).(iii)

Zelfredzaamheid: verschuiving van haves en havenots naar cans en cannots

Door vele maatschappelijke veranderingen, waaronder de toenemende afhankelijkheid van mensen van digitale informatie, digitaal gestuurde zakelijke transacties en digitale fora, lijkt er een verschuiving op te treden in de vraag welke hulpbronnen het meest belangrijk zijn. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) stelt dat het zwaartepunt aan het verschuiven is van (financiële) hulpbronnen die mensen hebben, naar vaardigheden die mensen beheersen. De aloude scheidslijn tussen de haves en de havenots, verandert, zo voorziet het SCP, in een scheidslijn tussen de cans en cannots. In de nieuwe ‘energieke samenleving’ zal er in de toekomst mogelijk een grotere groep mensen zijn die hierin niet kan meekomen. De lat van zelfredzaamheid ligt voor hen te hoog.(iv)

 

Mantelzorg en zelfredzaamheid 

 

% Inwoners
dat mantelzorg
geeft,

2012

Zelfzorgend
vermogen
U10, 2016*

Zelfredzaamheid
U10, 2016**

Amersfoort

11%

 

 

Baarn

19%

 

 

Bunnik

15%

9,5

8,2

Bunschoten

15%

 

 

De Bilt

15%

9,4

8,2

De Ronde Venen

17%

 

 

Eemnes

16%

 

 

Houten

13%

9,5

8,3

IJsselstein

13%

9,6

8,4

Leusden

14%

 

 

Lopik

16%

 

 

Montfoort

12%

 

 

Nieuwegein

17%

9,5

8,3

Oudewater

14%

 

 

Renswoude

13%

 

 

Rhenen

16%

 

 

Soest

12%

 

 

Stichtse Vecht

13%

9,6

8,3

Utrecht

16%

9,6

8,2

Utrechtse Heuvelrug

13%

 

 

Veenendaal

14%

 

 

Vianen

14%

 

 

Wijk bij Duurstede

13%

 

 

Woerden

15%

9,6

8,4

Woudenberg

16%

9,6

8,3

Zeist

11%

9,4

8,2

* Zelfzorgend vermogen: een maat die wordt berekend o.b.v. vragen over het wel/niet ondervinden van problemen bij het uitvoeren van huishoudelijke, administratieve taken, opvoeden, aangaan van sociale contacten en gezondheid.
** Zelfredzaamheid: een maat die wordt gevormd uit een totaalscore op de onderdelen: zelfzorgend vermogen, zelforganiserend vermogen en (mentale) weerbaarheid.

Bronnen: GGDRU; Dimensus, 2016. Monitor Sociale Kracht, 2015/16.

 

(i) SCP, 2016. De toekomst tegemoet. Leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren in het Nederland van later.
(ii) Dimensus, 2016. Sociale Kracht Monitor 2015/16.
(iii) Dimensus, 2016. Sociale Kracht Monitor 2015/16.
(iv) SCP, 2016. De toekomst tegemoet. Leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren in het Nederland van later.

 

 

You are here