Basis- en voortgezet onderwijs

You are here

Basis- en voortgezet onderwijs

De provincie Utrecht heeft (en krijgt) te maken met een bovengemiddeld aantal leerlingen op basisscholen en voortgezet onderwijsscholen. Dit als gevolg van het feit dat zij een bovengemiddeld aandeel 0-15 jarigen in haar populatie heeft (18%), waar dat voor heel Nederland 16,5% is. De gemeenten Renswoude (22,5% 0-15 jarigen), Houten (20,7%) en Woudenberg (20,4%) zijn in de provincie bijzonder kinderrijk. In de gemeenten Baarn en Nieuwegein (16,1%) is het aandeel 0-15 jarigen juist relatief laag. Mogelijke problemen op het gebied van onderwijs spelen zich met name af rond laaggeletterdheid en voortijdig schoolverlaten.

 

Relatief beperkte laaggeletterdheid in provincie Utrecht

Landelijk onderzoek uit 2016 laat zien dat 1,3 miljoen mensen in Nederland, tussen de 16 en 65 jaar, ‘moeite hebben met taal’ en daarmee laaggeletterd kunnen worden genoemd. Bijna 14% van alle Nederlandse kinderen loopt volgens dit onderzoek momenteel het risico om op latere leeftijd onder de noemer ‘laaggeletterd’ te vallen.(i) Voor de provincie Utrecht geldt dat zij van alle provincies het laagste aandeel laaggeletterden onder haar inwoners heeft (6,3%), terwijl dat voor provincies als Flevoland (16,2%) en Zuid-Holland (15,0%) het hoogst ligt. Verdere uitsplitsingen wijzen uit dat 25% van de langdurig werklozen in Nederland laaggeletterd is en dat 10% van de leerlingen aan het einde van de basisschool het vereiste zogenoemde 1F-niveau(ii) niet haalt.(iii)

Gemeente Utrecht heeft relatief veel achterstandsleerlingen

Gemiddeld in Nederland is in 2014 10% van de leerlingen van het reguliere basisonderwijs een zogenaamde achterstandsleerling, volgens de definitie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Een leerling wordt aangemerkt als achterstandsleerling als deze ouders heeft met een laag opleidingsniveau. In de provincie Utrecht is gemiddeld 8% van de basisschoolleerlingen een achterstandsleerling. Relatief veel achterstandsleerlingen zijn er in de gemeenten Utrecht (14%), Rhenen (13%) en Bunschoten (12%). Relatief weinig achterstandsleerlingen zijn er in Houten (2%), Bunnik (2%) en Eemnes (3%).

Aandeel voortijdig schoolverlaters daalt sinds 2012

In het schooljaar 2015/16 gingen er in heel Nederland 996.000 leerlingen naar het voortgezet onderwijs. Globaal volgde 42% hiervan een algemeen (aanvangs)leerjaar, bezocht 17% het vwo, 16% de havo, 12% vmbo-tl/gt, 10% vmbo-basis/kader en 3% het praktijkonderwijs. Voor heel Nederland geldt daarnaast dat er in 2014 circa 24.500 voortijdig schoolverlaters (vsv-ers) waren.(iv) In de provincie Utrecht is er sinds 2012  een daling te zien dit aantal voortijdigschoolverlaters. Kijken we naar de afzonderlijke gemeenten dan zien we dat er relatief veel vsv-ers zijn in Nieuwegein (2,3%), Het laagste percentage voortijdig schoolverlaters is te vinden in de gemeente Oudewater. Hier verlaat slechts 0,4% van het totale aantal onderwijsdeelnemers in het voortgezet onderwijs en MBO voortijdig hun opleiding.
 

Leerlingen basisonderwijs

 

% Voortijdig
schoolverlaters
2014

Aantal leerlingen
basisonderwijs
2015/
2016

Aantal leerlingen
speciaal basisonderwijs
 2015/
2016

Amersfoort

1,8%

15.781

763

Baarn

1,7%

2.039

0

De Bilt

1,1%

4.218

0

Bunnik

0,8%

1.388

0

Bunschoten

1,4%

2.082

0

Eemnes

1,0%

839

0

Houten

1,3%

5.484

151

IJsselstein

1,7%

3.392

182

Leusden

1,4%

2.642

0

Lopik

1,3%

1.328

0

Montfoort

0,8%

1.410

0

Nieuwegein

2,3%

5.037

246

Oudewater

0,5%

921

0

Renswoude

0.6%

393

0

Rhenen

1,6%

1.922

0

De Ronde Venen

1,0%

3.720

0

Soest

1,6%

3.873

0

Stichtse Vecht

1,4%

5.979

106

Utrecht (gemeente)

2,3%

29.496

517

Utrechtse Heuvelrug

1,4%

4.139

0

Veenendaal

1,4%

6.471

120

Vianen

1,8%

1.616

87

Wijk bij Duurstede

1,8%

2.012

57

Woerden

1,4%

5.060

161

Woudenberg

0.8%

1.254

0

Zeist

1.7%

5.405

300

Nederland

1,8%

1.443.224

34.725

Bron: vsvverkenner.nl; CBS

(i) Bron: Stichting lezen en schrijven, 2016. Feiten en cijfers geletterdheid 2016.
(ii) 1F is het fundamentele referentieniveau Nederlandse taal voor het basisonderwijs.
(iii) Bron: Stichting lezen en schrijven, 2016. Feiten en cijfers geletterdheid 2016.
(iv) Een voortijdig schoolverlater wordt gedefinieerd als een jongere tussen de 12 en 23 jaar die het onderwijs verlaat zonder een startkwalificatie te hebben behaald. Een startkwalificatie is een diploma op minimaal havo- of vwo-niveau of een diploma op mbo-2 niveau of hoger.

You are here