Arbeidsparticipatie

You are here

Arbeidsparticipatie

Mensen die in Nederland wonen en tussen de 15 en 74 jaar oud zijn, zijn onderdeel van de potentiële beroepsbevolking. De potentiële beroepsbevolking is te verdelen in een deel dat niet beschikbaar is voor werk, een deel dat beschikbaar is maar geen werk heeft (werklozen) en een deel dat beschikbaar is en minimaal 1 uur per week betaald werk heeft (netto arbeidsparticipatie). In de provincie Utrecht is de netto arbeidsparticipatie met 68,2% het hoogst van heel Nederland.

 

Potentiële beroepsbevolking neemt toe

Landelijk neemt het totaal aantal mensen tussen de 15 en 75 jaar toe. Dit hangt samen met de bevolkingsontwikkeling in het algemeen en de samenstelling hiervan naar leeftijd. 7,4% van de totale potentiële beroepsbevolking woont in provincie Utrecht. Ook hier is de potentiële beroepsbevolking de laatste jaren gestegen tot 959.278 personen. Mede door de stijging van de potentiële beroepsbevolking nam het aantal banen per 100 inwoners van de potentiële beroepsbevolking af in de provincie. Gemiddeld lag in 2016 het aantal banen per 100 inwoners in de provincie Utrecht op 71,4. Het grootste aantal banen per 100 inwoners heeft de gemeente Utrecht met 92 banen per 100 inwoners.

Provincie Utrecht heeft hoogste bruto- en netto arbeidsparticipatie

In de provincie Utrecht is de bruto arbeidsparticipatie (de beroepsbevolking van 15 tot 74 jaar die werkt of beschikbaar is voor werk) het hoogst van alle provincies met 72,9%. Tussen 2014 en 2015 is dit percentage in ongeveer de helft van de Utrechtse gemeenten gestegen. Gemeenten met een hoge bruto arbeidsparticipatie zijn in Houten (76,3%), Utrecht (75,5%) en Amersfoort (74,3%). Een relatief lage bruto arbeidsparticipatie is er in de gemeenten Soest, Zeist (69%) en De Bilt (69,2%). Kijken we naar de netto arbeidsparticipatie in de provincie Utrecht, dan zien we dat die het hoogst is van alle provincies (68,2%). Gemeenten met een hoge netto arbeidsparticipatie zijn Houten (72,3%), Renswoude (70,6%) en Utrecht (69,9%). Gemeenten met een relatief lage netto arbeidsparticipatie zijn Soest (64,5%) en Zeist (64,7%). In 15 gemeenten is de netto arbeidsparticipatie gestegen tussen 2014 en 2015. Deze stijging is voor de meeste gemeenten sterker dan de stijging die in de periode 2010-2015 plaatsvond.

Binnen Europa werken Nederlanders gemiddeld minste aantal uren per week

In Nederland werken veel mensen parttime. Dit is terug te zien in het gemiddeld aantal gewerkte uren per week. Ten opzichte van de 28 landen die bij de Europese Unie horen werken Nederlanders in 2015 met gemiddeld 30,4 uur per week ruimschoots het minst. Na Nederland volgen Denemarken en Noorwegen met respectievelijk 33,6 uur en 33,9 uur gemiddeld per week. De landen die het hoogste gemiddeld aantal gewerkte uren kennen zijn Griekenland (42,2 uur), Macedonië (41,9 uur) en Polen (40,9 uur). In de provincie Utrecht werken mensen in 2015 gemiddeld 30,3 uur. Dit ligt dicht tegen het landelijk gemiddelde aan. In Groningen is het gemiddeld aantal gewerkte uren met 28,8 uur het laagst, in Zuid-Holland met 30,8 uur het hoogst. Ten opzichte van de andere Nederlandse provincies is te zien dat in Utrecht het gemiddeld aantal gewerkte uren onder mannen met 34,8 uur beduidend lager ligt en het gemiddeld aantal gewerkte uren onder vrouwen (25,3 uur) relatief hoger ligt dan in de meeste Nederlandse provincies.(i)

Werkloosheid neemt in periode 2010-2015 weer iets af

In de periode 2010-2015 is in alle Utrechtse gemeenten het werkloosheidspercentage gestegen. De grootste toename van werkloosheid was in die periode te zien in Veenendaal met 2,7%, gevolgd door de gemeenten Utrecht, Amersfoort (beiden 2,4%) en Baarn (2,3%). De kleinste stijging in werkloosheid was er in Bunnik (0,9%). De verschillen binnen de provincie zijn groot en lopen uiteen van percentages rond de 4,5% werkloosheid in Bunnik tot percentages boven de 7% in de gemeenten Utrecht en Veenendaal. Samen met Gelderland heeft de provincie Utrecht in 2015 het laagste werkloosheidscijfer van Nederland (6,4%), bovendien is in 2015 de werkloosheid met 0,1% afgenomen na 6 opeenvolgende jaren van toenemende werkloosheidscijfers.

Nieuwe werkloosheidcijfers laten daling tussen 2015 en 2016 zien

In de loop van 2017 zijn de werkloosheidcijfers over het jaar 2016 per gemeente bekend geworden. De lichte daling in werkloosheid tussen 2010 en 2015 zet verder door. De werkloosheid is in de provincie met 1,2 procentpunt afgenomen. In alle gemeenten binnen de provincie Utrecht is het werkloosheidspercentage tussen 2015 en 2016 gedaald. Sterke dalers zijn de gemeente Amersfoort (van 7% naar 5,1%) en de gemeenten Veenendaal en Utrecht (beide van 7,3% naar 6,0%). De gemeenten die binnen de provincie de laagste werkloosheid kennen in 2016 zijn Lopik, Oudewater en Renswoude (4.1%).

 

Arbeidsparticpatie en werkloosheid

 

% Bruto
arbeidsparticipatie

2015

% Netto
arbeidsparticipatie

2015

% Werkloosheid
2016

Amersfoort

74,3%

69,1%

5,1%

Baarn

70,1%

65,5%

5,4%

De Bilt

69,25

65,5%

4,5%

Bunnik

72,7%

69,5%

4,4%

Bunschoten

73,3%

69,4%

4,2%

Eemnes

71%

67,2%

5,0%

Houten

76,3%

72,3%

4,7%

IJsselstein

74,1%

69,8%

5,0%

Leusden

72,4%

68,4%

4,7%

Lopik

73%

69,4%

4,1%

Montfoort

73%

69,6%

4,4%

Nieuwegein

70,9%

66,3%

5,5%

Oudewater

72,2%

68,5%

4,1%

Renswoude

74%

70,6%

4,1%

Rhenen

70,5%

66,5%

4,8%

De Ronde Venen

70,7%

66,9%

4,5%

Soest

69%

64,5%

5,2%

Stichtse Vecht

71,8%

67,6%

4,8%

Utrecht (gemeente)

75,5%

69,9%

6,0%

Utrechtse Heuvelrug

69,5%

65,9%

4,5%

Veenendaal

71%

65,9%

6,0%

Vianen

70,3%

66,2%

5,3%

Wijk bij Duurstede

72,1%

68,4%

4,3%

Woerden

72,5%

68,8%

4,7%

Woudenberg

72,8%

69%

4,6%

Zeist

69%

64,7%

5,5%

Nederland

70,2%

65,4%

6,0%

Bron: CBS

(i) Bron: LFS, 2017, Annual Series, Eurostat

Gemiddeld aantal gewerkte uren (leeftijd 15-64 jaar)

 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Groningen

29,3

29,1

29,7

29,6

29,4

28,8

Zeeland

31,7

30,9

30,9

30,9

30,9

29,8

Drenthe

30,2

30,0

29,8

29,9

30,1

30,0

Overijssel

30,1

30,3

29,8

29,3

29,7

30,1

Gelderland

30,3

30,3

30,3

29,8

30,1

30,1

Utrecht

30,4

30,4

30,4

30,2

30,4

30,3

Nederland

30,8

30,8

30,6

30,3

30,5

30,4

Noord-Holland

31,1

31,1

30,9

30,5

30,8

30,5

Noord-Brabant

31,0

31,0

30,7

30,4

30,6

30,5

Friesland

30,8

30,3

30,2

30,2

30,1

30,6

Limburg

30,9

31,1

30,5

30,3

30,6

30,6

Flevoland

31,2

31,1

31,1

31,0

30,8

30,7

Zuid-Holland

31,5

31,2

31,0

30,9

30,8

30,8

Bron: Eurostat

Informatie over databank

Naar de databank

In de databank vindt u ondere andere de indicatoren:

  • bruto arbeidsparticipatie
  • netto arbeidsparticipatie
  • % werkloosheid
  • aantal inwoners met arbeids-ongeschiktheidsuitkering
  • aantal inwoners met werkloosheidsuitkering
  • aantal banen per 100 inwoners
  • potentiële beroepsbevolking
  • opleidingsniveau potentiële beroepsbevolking
  • gemiddeld aantal gewerkte uren

Meer weten?

 

You are here